We zijn er nog niet, maar we zijn onderweg

Moe en verdrietig kom ik thuis, na een lange dag werken en daarna mijn dagelijks bezoek bij M. in het ziekenhuis. De operatie is gelukkig goed gegaan, maar de tweede keer volledige narcose in een week heeft er duidelijk ingehakt. Hij ligt er bleek en onrustig bij. Af en toe wordt hij wakker en is dan verbazingwekkend helder, waarna hij weer snel weg dommelt.

Bij thuiskomst ben ik eigenlijk al over mijn honger heen, maar met moeite werk ik een kom soep en wat brood naar binnen, omdat er toch gegeten moet worden. Ondertussen hoor ik op de achtergrond flardes van het concert dat op de Kop van het Java eiland wordt gegeven, door Acda & de Munnik, Van Dik Hout en De Dijk. Oh ja, denk ik, daar hadden we kortingskaarten voor kunnen krijgen, als bewoners van het eiland. Helemaal vergeten.

Aangezien ik wel wat zuurstof kan gebruiken, besluit ik na het eten maar eens een kijkje te gaan nemen op de Kop. Er staat een stevige wind, zoals eigenlijk altijd op het eiland. Als het hier een keer níet waait, dan valt het op. Meeuwen hangen stil in de lucht, deinend op de windvlagen.

Op de Jan Schaefferbrug staan diverse andere buurtbewoners naar het tafereel te kijken. Wachtend op de volgende band, zie ik in het gras onder het begin van de brug een zwarte kat behoedzaam door de hoge pluimen lopen. De begintune van De Dijk begint en ik volg de kat, die door de muziek nu op een soort geheime missie lijkt te zijn. Een James Bond-kat, On Her Majesty’s Secret Service. 

De Dijk komt op en zet het eerste nummer in: We beginnen pas, met het o-zo-toepasselijke refrein “Alles komt terecht. We zijn er nog niet. Maar we zijn onderweg” Ik slik en denk “Ik hoop zó dat dit waar is! Laat het alsjeblieft waar zijn!”