Als er ergens zwanen zijn, dan neem ik daar foto’s van…

Zittend bij de Transvaalkade/Ringdijk zag ik dit mooie plaatje voorbij glijden: een (mamma of pappa?) zwaan met een kleine (puber)zwaan. Gezien mijn naam, móest ik daar natuurlijk een foto van maken. Statig en traag peddelden ze voorbij. Dan ben ik trots dat ook ík een Swaan ben. Ja, ik weet het, een heel ander soort. Maar toch. Laat me nou maar even.

Voice-over Rick

Ik zat aan tafel en keek dromerig uit het raam. Opeens zag ik Rick de Leeuw al bellend voorbij fietsen. “Eeeecht HE-MA!” wilde ik uit het raam roepen. Maar dat doe je op de een of andere manier dan toch niet.

Net toen hij uit mijn gezichtsveld verdween, zag ik dat hij bovendien een plasticen HEMA tasje aan zijn stuur had hangen! Welk een toeval. Toch spijt dat ik het niet heb geroepen. Volgende keer grijp ik mijn kans.

Scoot mobiel

Sinds dinsdag heeft M. een scoot mobiel. En dat is me toch een cool ding! Een zilveren vierwieler die ongeveer 15 km/per uur gaat, bakje voorop, stoel met lederen bekleding en lekker karren. Nu kan hij eindelijk zelfstandig naar buiten en de hort op. Met dit weer ontzettend fijn en bevrijdend bovendien.

En het blijkt ook een babe magnet te zijn! Toen we er woensdag samen op uit waren, hij op de scoot, ik op de fiets, bleef hij bij een stoepje hangen met een wiel. Ik wilde hem te hulp schieten, toen de jongedame die net in de auto aan kwam rijden hem zag en onmiddellijk uitstapte om hem te kunnen bevrijden uit zijn benarde positie. Het lukte hem uiteindelijk zelf om los te komen, maar ik zeg het je: zo’n scootmobiel is hét mode item van de zomer van 2008.

Een stukje

Kunnen mensen als-je-blieft eens ophouden met het gebruiken van het woord “stukje.” Ik bedoel niet in de zin van “een stukje schrijven” of “een stukje fietsen.” Nee, ik bedoel het zeer irritante “er komt toch een stukje rouwverwerking bij kijken” of “een stukje opvoeding is bij kinderen noodzakelijk” of “dat is een stukje agressie waar je tegen aan loopt.” Ik noem maar even wat willekeurige zinsnedes.

Ik vraag me dan af. Wat voor stukje precies? En hoe lang duurt dat stukje? En als dat ene stukje rouwverwerking voorbij is, kom je dan in een heel groot ander STUK terecht?

Bij een recente TV-hang-avond heb ik eens opgelet hoe vaak dit gebruik van stukje nu eigenlijk voorbij kwam. Nou, ik kan je zeggen, ontelbaar, beschamend vaak.

Ik vind het je reinste taalverloedering. En daar moet, mijns inziens, streng tegen opgetreden worden. Zie ook Merel haar ergernis, waar ik het roerend mee eens ben. Misschien kunnen we een taal politie instellen? Die er voor zorgt dat mensen die “stukje” op een onjuiste manier gebruiken een spraakverbod krijgen opgelegd. Dat lijkt mij nou nog eens een goed plan.

(Not so) Nice

We zouden vanavond eigenlijk naar Nice vliegen voor een week zon, zee, strand, lekkere visjes, lezen en vooral zo min mogelijk doen. Maar ja, aangezien het appartement op 7 hoog ligt en M. door het ongeluk niet kan lopen, gaat dat hele feest niet door en hebben we onze vakantie moeten annuleren.

Dus daarom een foto (van 10 jaar geleden! wow, analoog en al) van een stukje van het uitzicht dat we daar gehad zouden hebben. Het appartement is namelijk van vrienden. Dus dat loopt gelukkig niet weg! Maar M. ook niet. Het leven is soms erg oneerlijk, vind ik. En nu moet het hier ophouden met regenen!

Japanse mariniers

Voor het eerst sinds M. weer thuis is, gingen we er samen op uit. Hij in de rolstoel, ik er achter, al hobbelend over ons eiland. Het was een mooie avond en de zon hing laag aan de hemel.

Bij de kop van het Java eiland aangekomen, zagen we ze liggen. Drie enorme marineschepen, met de Japanse vlag wapperend in de wind, ronkend en grijs. Ik heb niet zo veel met de marine, maar het zag er behoorlijk indrukwekkend uit.

In groepjes van drie kwamen er uitgelaten Japanse mariniers in hun vrijetijdskleding de trap af, klaar om hun verlof in de stad te gaan vieren. Op het voordek stond een marinier klarinet te spelen, en op de kade liepen enkele hoge piefen in strak gestreken pakken, terwijl anderen een rondje aan het joggen waren. Het was een bizar tafereel.

Op dat moment kwamen er twee politie auto’s aanrijden die stopten bij de trap. Politiemannen stapten uit, salueerden naar het schip en openden de portiers. Uit de auto’s kwamen twee Japanse mannetjes, gehandboeid en al. Ondertussen waren de echte hoge bazen opgetrommeld en kwam een flinke delegatie Japanse mariniers de trap afgelopen. 

Op de kade waren nu flink wat mensen blijven staan om te kijken wat hier eigenlijk allemaal aan de hand was. En vroegen wij ons af: wat hadden de mariniers voor strafbaars gedaan tijdens hun verlof? Hoe boos zouden de hoge bazen zijn? Welke vreselijke straf (het woord “kielhalen” kwam in mij op) zouden ze krijgen?

Al snel bleek dat de twee Japanse mannetjes die uit de politie auto’s kwamen, gewoon stom- en stomdronken waren. Toen de handboeien eenmaal los waren, liepen ze wankelend en strompelend richting de trap, elkaar op de rug slaand en luid lachend. Ook de hoge bazen en de Nederlandse politiemensen moesten lachen. Blijkbaar hadden de mannetjes te diep in het sake glaasje gekeken en kwam dit wel vaker voor. Ben benieuwd of de politie daar nog vaak langs zal moeten rijden dit weekend.

De kreupele en de manke

We zitten (weer) helemaal in het zorg circuit. Gisteren kwam voor het eerst de Alfahulp, zoals dat heet, langs. Is een andere naam voor thuiszorg in de huishouding. Aangezien M. nauwelijks kan lopen of staan, en ik door mijn lymfkliertoilet (een leuk woord voor galgje! betekent dat mijn lymfen in mijn oksel zijn weggehaald toen ik borstkanker bleek te hebben) niet zwaar mag tillen, kregen we een extra indicatie. En zodoende kwam er een fris jong meisje langs om de boel eens flink te zuigen en te soppen.

Raar hoe dat gaat. Want ook al mag ik geen zwaar huishoudelijk werk doen, echt invalide ben ik natuurlijk niet. Dus voelde ik me schuldig dat ik niets deed, terwijl zij op plekken aan het dweilen en boenen was waar wij in de 4 en een half jaar dat we er wonen nog nooit waren geweest! Dus vouwde ik de was op en deed ik boodschappen. Maar toen ik de volle boodschappentas in het bakje voorop mijn fiets wilde zetten, maakte ik een rare beweging en schoot het onder in m’n rug. Auw. De straf voor overmoedig zijn.

Mijn rug is niet zo erg als het klinkt hoor, en het zal vast snel over gaan.  Maar nu zijn we nóg meer jut en jul dan we al waren! Allebei kreunen we ’s nachts bij het omdraaien. En niet van plezier.