Martin Bril

Bah. Martin Bril is er niet meer.

Gisteravond wilde ik even kijken hoe laat het eigenlijk was, toen ik het droeve bericht op de teletekst zag staan. Nu ben ik al de hele dag onbestemd chagerijnig en verdrietig en dus besloot ik er toch maar een stukje over te schrijven.

Ik las de stukjes van Martin Bril altijd met groot plezier en vond hem een leuke man. Daarnaast is het weer een confrontatie met die rotziekte, kanker. Die onverbiddelijk kan zijn en rigoreus.

Ik moet wel zeggen dat het voor mij een persoonlijke overwinning is dat ik niet totaal in de paniek schiet bij het horen van dit droeve nieuws, wat voorgaande jaren wel gebeurde. Dan bracht het me meteen terug bij mijn eigen ziekte en behandeling en confronteerde het mij met hoe het ook had kunnen gaan. Dit keer is het anders. Dit keer is er de kleine Zef. Wat mij nog veel kwetsbaarder maakt, maar ook sterker en positiever. Het leven is namelijk ook mooi en bijzonder en lekker. En dat wist Martin ook. Hij heeft er over geschreven.

Advertenties

De eerste prik

Gisteren moest ik met Zef naar het consultatiebureau voor zijn eerste prikken. We hadden er allebei geen zin in. Ik omdat ik voor het eerst sinds 11 maanden weer ongesteld was geworden (pfoe…) en Zef omdat hij stiekem wel wist wat er boven zijn kleine hoofdje hing. Maar het moest.

Het vorige bezoek aan het bureau was nog enigszins in de buurt geweest, maar de bureaucratie had recentelijk besloten dat ons postcode gebied te groot was geworden en dat we ergens anders ondergebracht moesten worden.  Ergens totaal uit de buurt. Zo kwam het dat ik nu een flink eind verder moest reizen met bus en benenwagen en door smoezelige straten liep, waar ik nog nooit eerder was geweest.

Bezweet en gestressed kwam ik aan, gelukkig wel op tijd, de kinderwagen het tijdelijke gebouwtje in duwend. Ik meldde dat we er waren, kleedde Zef uit en wikkelde hem in een doek terwijl we wachtten tussen de andere moeders en baby’s. De verpleegster die ons kwam halen, was een lieve Surinaamse. Ik ontspande alweer een beetje en Zef werd gewogen en opgemeten. Hij was gelukkig goed gegroeid. Toen vond Zef het geduw en getrek niet leuk meer en kreeg bovendien last van krampjes en zette het op een huilen. De verpleegster zei dat ik er goed mee om ging. Dat was fijn om te horen, want af en toe kan het gehuil me flink naar de keel grijpen.

Maar nu moest wel het Grote Prikken nog plaats vinden. De verpleegster zette in beide bovenbenen een naald en Zef moest nog harder huilen. Het was voorbij. Al troostend liep ik met hem terug naar de wachtkamer, waar weer nieuwe moeders en baby’s aan het wachten waren.

Terwijl ik een nieuwe afspraak bij de balie maakte, was Zef aan het huilen, terwijl ik naar de bushalte liep, was hij aan het huilen, in de bus was hij aan het huilen, terwijl ik boodschappen deed, was hij aan het huilen en op weg naar huis, was hij aan het huilen. Als een baby huilt, dan bemoeien mensen zich er mee, ben ik achter gekomen. Veel ongevraagd advies wordt naar je hoofd geslingerd. In de winkel zei een mevrouw dat ik een liedje voor ‘m moest zingen en bij de bushalte zei een mevrouw dat hij misschien wel honger had. Ja hallo, waar bemoei je je mee! Ik antwoordde dat hij net geprikt was, dus dat het daardoor kwam.

Eenmaal thuis was ik kapot en moe. En Zef ook, want die viel eindelijk in slaap.

Shift F3

punthoofd stripWil steeds een nieuw stukje schrijven maar kom er én niet aan toe én heb ik ook niet zo veel inspiratie op het moment. En om het nou steeds over de “poepluier van de dag” te gaan hebben, is misschien noch interessant noch smakelijk. Dus daarom een flauw stripje dat ik bij het opruimen tegen kwam. Blijkbaar vond ik het destijds zo grappig dat ik het bewaard heb. Moest er weer hartelijk om lachen, om deze nerdengrap.