DE TUIN

Het was weer een ochtend waarop Alice lang in bed bleef liggen. Het was toch vakantie?
Waarom zou ze dan überhaupt voor 9 uur haar bed uit komen? Ze hoefde niet naar school, haar ouders waren op reis en ze had nergens zin in. Nou dan!

Oma was al sinds vroeg in de moestuin bezig geweest met schoffelen en onkruid wieden en riep nu of Alice ook even mee kon helpen omdat Oma last van haar rug kreeg.

“Pff, nu al?” riep Alice terug. “Ik moet nog douchen.”
“Dat doe je dan straks maar” riep Oma Dora terug. “Ik heb je nu nodig liefje!”

Zuchtend en steunend trok Alice haar lievelings T-shirt (die witte met de kersen erop), haar tuinbroek en haar groene laarzen aan en sjokte richting moestuin. Nu ze toch op was gestaan, kon ze net zo goed haar record oefenen.

De zon scheen fel en brandde in haar gezicht. Met haar hand boven haar ogen zocht ze waar Oma was.

“Joe-hoe! Hier! Ik ben hie-ier!” hoorde ze van achter de bessenstruiken.
“Pak maar een mandje uit de schuur en pluk even wat tomaatjes, wil je lieverd?” hoorde ze vanuit de struiken.

“Ja oma, ik kom zo. Ik moet eerst nog m’n record verbreken!”

Ze haalde de stopwatch uit de zak van haar tuinbroek en ging met ingehouden adem, haar ogen dicht en haar rug tegen de deur van de schuur staan en telde af van 10 naar 0. Bij nul ademde ze uit en drukte op het knopje van de stopwatch in haar hand. De eerste vijf stappen kon ze met haar ogen dicht makkelijk zetten zonder ergens tegen aan te lopen. Maar dan werd het lastig. Er lag een steen vlak naast de ingang van de moestuin om het hekje goed dicht te houden tegen de konijnen, maar daar liep ze eigenlijk altijd tegenop als ze deze oefening deed.
Au, ja daar was de steen al. Ze deed één oog voorzichtig open en stapte naar rechts. Als ze tegen de steen aanliep, dan was ze dus te veel naar links afgebogen. Ze kneep haar beide ogen weer stevig dicht en zuchtte diep. Ze moest en zou haar record halen van drie minuten en 55 seconden. Rustig maar vast beraden liep ze verder terwijl ze goed probeerde te luisteren waar ze was. Als de schapen nog ver weg klonken dan was ze nog niet op de helft. Maar zodra de schapen goed te horen waren wist ze dat ze goed liep en ook op moest passen voor de wollige medebewoners van het eiland.

“Lukt het lieverd?” hoorde ze Oma vanachter de struiken roepen. “Ik heb wel zo de tomaatjes nodig.”

“Ja-haa, laat me nou” riep Alice geïrriteerd terug. Oma snapte niet dat ze elke dag moest oefenen. Alleen dan zou haar record op drie minuten en 55 seconden vol kunnen houden.

Advertenties

Twee

We waren met z’n tweeën. Papa heeft het er nooit over maar soms als mama me ‘s avonds naar bed brengt, vertelt ze iets. Soms veel, soms een beetje. Met ingehouden adem lig ik dan te luisteren en hoop dat ze niet meer stopt. Of het allemaal waar is wat ze zegt, weet ik eigenlijk niet, want ik durf het niet te vragen.

Het verhaal begint altijd zo: eerst was ik een klein zandkorreltje. Niet meer dan dat. En ik groeide en groeide en werd zo groot dat ik er uit moest. Toen ik twee zomers had meegemaakt, kwam zij. Mijn zusje. Zij was ook eerst een zandkorreltje. Maar toen ze er uit kwam, was het winter en was het eten bijna op. Bovendien was ze een meisje. Daar was papa niet blij mee.

Dat is altijd het moment dat mama stil valt. Ik durf niks te zeggen en wacht tot ze weer verder gaat.

‘Het is lang geleden jongen’ zegt mama dan vaak. Haar ogen zijn groot en donker en ze staart naar iets heel ver weg. Dan weet ik dat ze niet meer verder gaat vertellen.

Maar als ze ‘Ze was zo mooi en had prachtige zachte, zwarte haartjes’ zegt, dan gaat het verhaal gelukkig verder.

‘Papa wilde dat ik een gat zou graven en haar erin zou leggen. We zouden namelijk snel weer verder trekken om eten te zoeken en dan zou zij achter blijven. Ik wilde dat niet. En zo lag ik nachten lang wakker waarin ik probeerde te bedenken wat ik kon doen. Ik wist het niet en werd steeds moedelozer. Totdat die meneer kwam.´

Dit is altijd het punt dat ik mijn moed verzamel om vragen te stellen. Want ik wil het allemaal weten. ‘Welke meneer mama? Hoe zag hij eruit? Waar kwam hij vandaan? Waar nam hij haar naartoe?

Mama zegt dan alleen: ‘Hij was aardig en rustig. Die meneer. Hij lette op de walvissen en zou weer terug gaan naar het Zuiden. Hij zei dat hij haar altijd zou beschermen en ik geloofde hem. Meneer heeft haar meegenomen. Je zusje. Ze is nu veilig. Ga nu maar lekker slapen lieve jongen, het is al laat.’ Ze geeft me nog een kus en stopt me in.

s Nachts droom ik over een zusje met lange zwarte haren die naar me lacht en die ik ooit, ooit ga vinden.

Lees je mee?

Ik: “Wat ben je aan het doen June? Tekenen?”
June: “Ikke, niet te-ke-len, ikke schrij-ven!”

“Oh prima.” zeg ik. Dan schrijf ik zelf wat op en zegt ze:

“Mama, he, jij ook schrijven!”

Ja ik probeer te schrijven inderdaad. Ik probeer zelfs een kinderboek te schrijven. Pfoe, zo het hoge woord is eruit en meteen mijn coming out hier op mijn eigen blog. Doodeng. Maar misschien helpt het om wat meer vaart erin te krijgen. Dat jullie me kunnen helpen om te zorgen dat dat boek ook echt af komt! Want ik vind het behoorlijk moeilijk om tussen de bedrijven door (werk, kinderen, gewoon het leven in het algemeen!) de concentratie, focus en discipline op te brengen om het verhaal dat ik in mijn hoofd heb daadwerkelijk op papier te krijgen. Zoals al die honderden andere mensen die dezelfde droom hebben…

Dus stap 1: meer schrijven en ook op dit blog. Misschien zelfs wel af en toe een stukje uit mijn ‘work in progress’. Lezen jullie mee? Dat lijkt me fijn.