I’m getting too old for this shit

M. had een verrassing voor me geregeld. Ik moest om 18.30u bij het station staan, aan de achterkant, met een voldoende opgeladen OV-kaart en oordoppen mee. En schoenen waar ik lang op zouden kunnen staan.

Vol verwachting stond ik op de uitkijk met m’n OV pasje in mijn hand. M. kwam lachend aangelopen en zei dat we naar spoor 5 moesten. Het was de trein met eindbestemming Maastricht. “We zijn zeker voor 5.00u vannacht thuis” grapte hij. Ik wist dat we de oppas nog af moesten lossen, dus Maastricht zou het zeker niet worden.

Vlak voordat de trein aankwam, zei M.: “We gaan naar Utrecht hoor. En dan moet jij raden waar we naartoe gaan? Het is een band die veel naar Bruce Springsteen heeft geluisterd en binnenkort gaat stoppen.” En hoewel ik niet wist dat ze uit elkaar gingen, had ik het antwoord goed: The Gaslight Anthem! Ook uit New Jersey, net als mijn grote held Bruce S.!

In Utrecht aangekomen aten we een hamburger bij Pickles & Burgers (hipsterdepipsterdepip….zucht. maar wel lekkere burgers. en goed passend bij het Amerikaanse thema van deze avond) en togen naar het nieuwe Tivoli. Waar we nog nooit waren geweest. Kon me overigens überhaupt niet meer herinneren wanneer ik voor het laatst in Utrecht was geweest.

Alles was binnen ruim opgezet, nergens rijen, overal barretjes, goed geregeld. In de Ronda zaal stonden we op het balkon en kon ik zowaar wat van het podium zien. Dat is mij vaak niet gegund als klein persoon bij drukke concerten…

Maar het was warm en druk en het duurde lang voordat de band begon. Ik was ondertussen zeker blij dat ik mijn comfortabele gympen aanhad, maar ging toch maar even op een trapje zitten.

De band begon, de oordoppen gingen in en na twee nummers maakten ze al de welbekende fout: “Hello Amsterdam, so good to be here!” Gemor vanuit de zaal. De bandleden ragden zich door de setlist heen en elke keer dachten we een bekend nummer te horen, maar dan bleek het een andere te zijn. We kenden dan ook maar een album echt goed. Dus zat ik steeds maar weer op het trapje en terwijl ik daar zat, dacht ik: wat ben ik moe, m’n hoofd is nog steeds wazig van die stomme plaat, het is hier warm, wat spelen ze slecht, ik word oud en dat is oké.

En zo besloten we voor het einde van het concert de trein weer terug naar huis te nemen. Buiten had het keihard geregend en de gigantische plassen ontwijkend liepen we naar het station. We waren keurig voor 12.00u thuis en de oppas kon op tijd naar huis.

Een plaat van boven

Die afdekplaat van de lamp. Uit het niets, daar middenin de lift, viel de loodzware plaat naar beneden, op mijn hoofd. Nu heb ik een hersenschudding en werk ik halve dagen, want zo halverwege de dag bonkt mijn hoofd zowat uit elkaar.

Ondertussen denk ik dat het universum mij iets probeert te vertellen. Met die plaat. Wat? Dat weet ik nog niet precies, maar ik heb nu wel de tijd om dit uit te zoeken. Dankzij die plaat. En de kosmos.