Opgebiecht

Ik kom er steeds meer achter dat ik een verslaving heb. Het is niet dat ik eerder actief heb geprobeerd om ‘m te onderdrukken, maar de laatste tijd, zo met de feestdagen in aantocht, begin ik me toch een beetje zorgen te maken. Want dan ben ik opeens drie uur en twee tassen vol verder en wat heb ik eigenlijk gekocht? Goed, ik zal het opbiechten. Diepe zucht, hier komt het: mijn naam is Swaan en ik ben verslaafd aan kringloopwinkels.

Zo. Dat is eruit. Pfoe.
Gisteren heb ik namelijk twee uur in diverse kringloopwinkels doorgebracht, op mijn vrije middag. En vanochtend heb ik er nog twee andere bezocht en weer had ik twee tassen vol (overigens: niet alleen voor mezelf, ook voor de andere leden van het gezin sla ik in hoor!)
Het ding is: omdat je unieke spullen tegenkomt, voel ik me verplicht om ze te kopen, want ja: je weet niet wanneer en of je weer zoiets tegen gaat komen! En het is maar €6,- voor die bijzondere jas! En zo raakt mijn bankrekening steeds leger en mijn huis voller.

De regel die ik mezelf wel stel is: als er iets bij komt, moet er ook iets weg. Dat lukt nog niet zo heel erg goed. Het percentage is nu denk ik 1 op 5 (1 ding weg en 5 spullen erbij…) maar ik hou hoop. De eerste stap met het erkennen van mijn verslaving is bij deze gezet. Zo meteen maar de berging weer eens in om te kijken wat ik kan verkopen of wegdoen.

 

 

 

 

 

Advertenties

Verhaal

Eindelijk was het zover: mijn schrijfretraite was aangebroken! Een lieve collega die een weekendje weg ging, had me genereus haar huis in het landelijke Noord Holland aangeboden, zodat ik in alle rust (lees: zonder kinderen, man, de grote berg met was, de administratie, vele TO DO lijstjes etc.) eindelijk eens echt kon schrijven. Aan dat kinderboek dus.

Op de eerste dag las ik veel. Maar vooral ontspande ik en genoot van het uitzicht op weilanden en schaapjes en paarden en de stilte om me heen. Ik nam me voor om de volgende dag eens vroeg te beginnen met schrijven, maar eerst keek ik nog even wat televisie. En toen kwam opeens de wereld en daarmee de angst en ellende binnen. Parijs, vrijdag 13 november 2015.

De volgende dag probeerde ik met frisse moed aan de slag te gaan en niet te denken aan de vreselijkheden. Gewoon te doen alsof het niet was gebeurd. Maar dat was onmogelijk natuurlijk.

En zo probeerde ik me het hele weekend te concentreren op mijn verhaal, mijn boek in wording, terwijl de wereld ondertussen in brand staat. Nog meer dan anders. Het is me niet gelukt om veel te schrijven helaas. Wel heb ik veel nagedacht. Want wat me op de been houdt: de wereld heeft verhalen nodig. Mooie verhalen, troostende verhalen, ontroerende verhalen. Ik ploeter verder en hoop dat mijn boek er ooit komt. Want dat is wat we nog hebben: hoop.

Hoop in bange tijden

Tijd voor hoop in deze nu zo bange wereld. Terwijl we angstig worden gemaakt, is dat het enige tegengif. Zoals de Belgische geluksprofessor Leo Bormans dat gisteren zo mooi uitlegde bij RTL Late Night. Dat is wat de terroristen namelijk willen: angst zaaien. En het tegenovergestelde van angst is hoop.
Als er een feestdag is die gaat over hoop, dan is het wel de intocht van Sinterklaas, die vandaag plaats vond. Al die verwachtingsvolle kinderen die uitkijken naar deze dag en hopen op mooie cadeaus.

Van de week stelde Zef DE VRAAG: “Mama, sommige kinderen in de klas zeggen dat Sinterklaas niet bestaat. Dat de papa’s en mama’s de cadeaus in de schoenen stoppen. Is dat waar?”
Ik was even stil en zei: “Wat denk je zelf hiervan?”
Zef zei: “De Kerstman bestaat niet. Dat weet ik zeker. Maar Sinterklaas wel.”
“Precies,” zei ik. “Hij komt zaterdag toch aan met de boot uit Spanje. Dat kun je zelf zien. Dus dan is het waar.”
Zef was tevreden met dit antwoord en ging verder met het maken van zijn verlanglijstje. Hoopvol uitkijkend naar het Sinterklaasfeest.

Mevrouw

“Mevrouw, mevrouw, u kunt de brief nu ook in onze brievenbus gooien! Kijk maar!”Terwijl ik weg loop, realiseer ik me dat de student in kwestie het tegen mij heeft. Dat ik de mevrouw ben, die hij bedoelt. Ik heb namelijk net een brief op het bureau van de studievereniging gelegd.

De student in kwestie is een kop groter dan ik. Blond en blozend en wijst me trots op de brievenbus terwijl hij zegt: “Dus u kunt de post nu hier in gooien. Maar u mag ook gewoon langs komen hoor.” Hij lacht er vriendelijk bij.

“Prima” zeg ik vriendelijk. “Maar ik ben geen mevrouw hoor. En ook geen U.”Wel goed opgevoed, die studenten van tegenwoordig. Maar ja, de keerzijde is: je voelt je er zo oud bij.

Het leesvirus

Elke donderdagochtend ben ik leesouder in de klas van Zef. Dat is erg leuk om te doen en bovendien vertederend om te zien: al die kinderen in groep 3 die heel hard aan het werk zijn om te leren lezen en schrijven. De een gaat het wat makkelijker af dan de ander. Zo bleek toen de meester wat tegen ons wilde zeggen van de week. Namelijk, dat Zef zijn AVI heeft gehaald. Dat houdt blijkbaar in dat hij qua lezen op het niveau is van eind groep 3! “Ja, da’s wel wat eerder dan anders!” zei de meester er vrolijk bij.

Is er een groter woord dan trots? Dan zou ik dat gebruiken. Ik was in ieder geval zo trots dat ik bijna barstte. Want ik hou zelf zo veel van lezen. Niks fijner dan met een boek in een hoek, hoewel ik dat sinds de kinderen er zijn veel te weinig doe de laatste jaren…Maar goed, wel lezen we elke avond voor. En sinds Zef in groep 3 zit leest hij zelf ook elke avond een paar pagina’s.

Die donderdag in de klas vertelde de meester het ook aan de klas, dat Zef z’n AVI had gehaald, net als twee andere kinderen in de klas. Enkele kinderen begonnen te klappen. Daarna vroeg de meester aan Zef hoe dat kwam, dat hij zo goed kon lezen. Zef was stil. De meester zei: “Omdat je elke dag leest, toch?” Zef knikte. “En omdat je lezen leuk vindt, toch?” Weer knikte Zef braaf. Daarna mochten de kinderen zelf een boekje uitzoeken. Zef keek me glunderend aan.

’s Avonds bij het naar bed brengen hadden we het over de dag en Zef zei: “Als je niet kunt lezen, dan heb je niks te doen!”

Heel heel misschien heb ik dan toch dat leesvirus ook echt aan hem overgebracht. One down. One to go.