Het schrijfweekend

Omdat ik geen auto rijd (heb wel ooit mijn rijbewijs behaald maar nooit echt goed leren rijden, waardoor ik het nu niet meer durf) vertrok ik met bus, trein en daarna weer een bus naar het fijne huisje van vrienden voor een schrijfweekend. Het kostte mij 2,5 uur reizen maar dan heb je ook wat. Nu had ik ook nog een kater vanwege het onverwacht leuke feestje van de avond ervoor, dus de reis was een eh…uitdaging. Gelukkig was ik in mijn eentje dus viel ik niemand lastig met mijn chagrijn. Ergens halverwege voelde ik ook dat ik moest plassen maar ik dacht: ik ben er zo, nog even volhouden. Uiteindelijk kwam ik uitgeput en bijna in mijn broek plassend aan, maar haalde ik de wc net op tijd. Om daarna meteen de fiets te pakken naar de supermarkt bij de camping om de hoek. Die bleek tot 18.00 uur open te zijn. Het was 17.50 uur. Als een razende snelde ik door de winkel op zoek naar avondeten, ontbijt en lunch. Op de terugweg bleek mijn achterband lekkig maar toch wist ik fietsend met de zware tas aan het stuur het huisje te halen. Weer een overwinning.
Dat ik er niet helemaal bij was, bleek daarna wel toen ik een bord liet vallen (nog heel maar wel kleine stukjes eraf…) en daarna per ongeluk het koffiezetapparaat aangezet bleek te hebben waar ik gelukkig op tijd achterkwam. Ik praatte ondertussen steeds meer tegen mezelf. Dat doe ik sowieso al maar hier ging ik mezelf ook met mijn eigen naam toespreken. Dat was nieuw. Het was duidelijk tijd voor wijn. En inderdaad, na een glaasje ging het een stuk beter met mijn kater en met mijzelf. Ik stak de open haard aan en constateerde tevreden dat het een goed weekend zou gaan worden. Wel heel jammer dat het blijkbaar het weekend is van ‘We-knappen-ons-buitenhuisje-op’ want gisteravond werd er verderop tot laat geschuurd of gefreesd of hoe het ook heet maar het maakt enorm veel lawaai! En vanochtend begonnen ze om 8.00 uur in het huisje recht tegenover mij iets met een graafmachine te doen dat oorverdovend was. Maar ik laat me niet kisten: muziek aan, koffie erbij en hop: aan de schrijverij!

 

Advertenties

Beroep: vrouw

Ook al is de boekenweek weer voorbij, toch nog  even een stukje over wat mij is opgevallen. Namelijk dat er steeds meer aandacht lijkt te zijn voor vrouwen in de literatuur. Een goede ontwikkeling die ik toejuich. Maar…ja je voelde ‘m vast al aankomen….maar: in interviews met vrouwelijke schrijvers (schrijfster vind ik een stom woord) wordt altijd gevraagd waarom ze zo laat (lees: na hun veertigste levensjaar) zijn gedebuteerd. Dit wordt volgens mij nooit aan mannen gevraagd, zo ver ik heb kunnen nagaan. Ook al debuteren ze als ze zeventig zijn, dan is het halleluja wat geweldig. Maar bij vrouwen altijd die vraag. Niet alleen bij schrijvers maar ook bij actrices, zangeressen en andere beroepen in de kunst. Terwijl er vaak bij vrouwen honderd-en-één redenen zijn om later aan schrijven (of een ander creatief beroep) te beginnen: een andere carrière, kinderen, de overgang. Ik noem maar wat. En voor creatieve beroepen is eerst wat levenservaring wel mooi meegenomen, lijkt mij zo.

Je zou ook kunnen zeggen: wat heb je hiervoor gedaan en wat heeft je doen besluiten om nu te gaan schrijven? Of gewoon: de situatie nemen zoals die is, zonder te vragen over waarom nu. Want waarom: daarom!

 

Schrijven

Er hangt al een paar jaar een briefje in mijn badkamerkastje en elke keer lees ik het en denk: ja ja, het zal wel. Maar toch, maar toch. Het hangt er niet voor niks. Sterker nog: ik heb het briefje al tien jaar! Daar kwam ik gisteren achter. Al tien jaar heb ik dit briefje om me eraan te herinneren dat ik er nog ben en dat ik moet gaan doen wat ik echt wil. Dit briefje heb ik niet zelf bedacht maar kwam voort uit een coachingstraject dat ik deed nadat ik borstkanker had gekregen op zeer jonge leeftijd. Mijn coach vond dat ik moest uiten wat ik echt wilde. Want zoals ze destijds zei: ‘Je hebt een vroege midlifecrisis. En nu moet je uitzoeken wat je wilt gaan doen.’ En dit briefje moest mij eraan helpen herinneren dat ik ervoor moest gaan, wat het ook was dat ik wilde gaan doen.

Wat ik wilde doen, bleek dus schrijven te zijn. Zodoende begon ik ook deze blog tien jaar geleden (!?) Maar…daar tussendoor kwam het leven: een heftig ongeluk, eerst het ene en toen het andere kind, het overlijden van mijn lieve schoonmoeder, een bruiloft en snel daarna een verhuizing, een metalen plaat op mijn hoofd, een hernia. Ondertussen ook allerlei banen gehad, overspannen geweest en de kinderen levend proberen te houden. Nu ja, ik was dus wel even zoet met andere dingen, is zoals u begrijpt een understatement.

Maar, sinds september vorig jaar zit ik op de Schrijversvakschool (ik was zooooooooooooooo blij toen ik de mail kreeg dat ik was aangenomen!) en doe ik eindelijk eindelijk wat ik echt wil doen: (meer) schrijven! Het is zwaar, twee avonden les in de week en opdrachten en deadlines en feedback verwerken en herschrijven naast m’n werk en het gezinsleven, maar ik doe nu eindelijk wat ik tien jaar geleden op dit briefje schreef. Dus ergens heeft het toch zin gehad. Want wie schrijft, die blijft. Of zoiets. Nu gezond blijven. En blijven schrijven. Lezen jullie dan mee? Dat zou ik fijn vinden.

briefje schrijven

Kleine monsters

Daar zaten we dan: in het Members Only vak met een prosecco in de hand, enigszins zenuwachtig wachtend tot het concert zou beginnen. Vriendin S. had via haar werk kaarten weten te ritselen en had mij uitgekozen om mee te gaan. Al maanden hadden we het erover maar nu was het dan eindelijk zo ver: Lady Gaga! Opgedoft en ingeglitterd zaten we klaar voor het – volgens een servicemedewerker van het Ziggo Dome – ‘het concert van het jaar’. Of zei ze dat bij elk concert?

Een grote roze digitale klok telde af tot het concert begon en daarna barstte er een show los die haar weerga niet kent. Al na twee nummers zei Gaga: Sta op (jawel, in het Nederlands!). Dus dat deden we braaf.  Het ene glitterpakje werd in een oogwenk vervangen door een ander, nog waanzinniger, glitterpak. De dansers hadden sowieso elk nummer wat anders extravagants aan en tussendoor werden er bizarre clips geprojecteerd op schermen in de zaal. Een totaalervaring zoals alleen megasterren dat doen. We dansten, we lachten en we huilden. Ik dacht de hele tijd aan Madonna. Zonder Madonna geen Gaga, maar het schijnt dat Madonna niet met Lady Gaga wil praten. Ik denk een typisch geval van jaloezie. Want Madonna zal toch moeten erkennen dat Gaga haar voorbij is gestreefd. Minstens vijftien jaar geleden zag ik Madonna optreden en het viel me toen enorm tegen: ze kon eigenlijk helemaal niet zingen (en zeker niet dansen tegelijk) en alles leek heel plichtmatig afgewerkt te worden.

Gaga zit ook vrij strak in het regime van de show, maar je voelt dat alles voor haar een noodzaak heeft. Dat ze niet anders kan dan haar hele ziel en zaligheid te geven. Lady Gaga noemt haar fans ‘Little Monsters’ en jawel,  ze zei het echt: ‘Hi Amsterdam, how are you doing Kleine Monsters!’ Ook kwamen we erachter dat met je hand een klauw maken het teken is om te laten zien dat je van Gaga houdt en zo’n monstertje bent. Hoewel ik toch ook steeds Borat in mijn hoofd hoorde die iets zei over ‘the Jew’ en zijn ‘claw. Maar dat is uit een ander decennium. Een andere eeuw zelfs. En dus lieten we onze klauwen aan Gaga zien en ze zag dat het goed was.

Het meest ontroerende moment vond ik toen er briefjes op het podium werden gegooid en Gaga er uitje oppakte en voor begon te lezen. Het bleek van een jongen uit Slovenië te zijn die hier met zijn beste vriendin naartoe was gekomen. Hij schreef dat Gaga meerdere malen zijn leven had gered, dat hij zich altijd anders had gevoeld, net zoals zij en dat zijn grootste wens was om haar te ontmoeten. Ze ging naar de voorkant van het podium en daar stond de jongen. Ze gaf hem een omhelzing en begroette zijn vriendin. Je zou bijna denken: was dit voor geproduceerd? Want Gaga lijkt niks aan het toeval over te willen laten tijdens haar show. Maar ik denk toch echt dat dit een mooie samenloop van omstandigheden was. De jongen huilde en het hele stadion huilde mee. De wereld was even prachtig en tolerant en divers en inclusief, zoals het zou moeten zijn.

Eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik uit mezelf waarschijnlijk geen kaartje voor deze show had gekocht. Maar ik ben zo blij dat vriendin S. aan mij dacht om mee te gaan en ik had dit voor geen goud willen missen! Vanaf nu ben ik ook een Kleine Monster. Klauwen omhoog.

 

De groep en het kasteel

Ik vind mezelf geen groepsmens. Ik kan wel functioneren in een groep maar over het algemeen kost me dat veel moeite en energie. Ik wijt dit altijd aan het feit dat ik enig kind ben: gewend om mezelf te vermaken en niet zo goed in groepsdynamiek.

Twee jaar geleden ontstond het idee bij enkele vrienden om samen Oud & Nieuw te vieren met een groep. Leuk voor de kinderen en daarom ook leuk voor ons. Ik vond het spannend, zo’n groep en het eerste jaar was het aftasten. Sommige mensen kenden elkaar goed en anderen kenden elkaar helemaal niet. Maar er ontstond een groepsgevoel waarbij we dezelfde humor deelden, er veel werd gedronken en heerlijk werd gegeten en het voelde goed. Vooral omdat de groep groot is, werkt het volgens mij: er is altijd wel iemand met wie je kunt kletsen, poolen of koken. Maar je kunt je ook even terugtrekken en dat is ook geen probleem, want iedereen let op elkaars kinderen en geeft elkaar de ruimte.

Dit jaar togen we met deze groep (ondertussen bestaande uit 23 volwassenen en 19 kinderen – 3 baby’s waren er ondertussen bij gekomen!) naar een kasteel in de Franse Ardennen. De heenweg was door een fikse sneeuwstorm en er was zelfs autopech bij een van de gezinnen. Door middel van de groepsapp hielden we elkaar op de hoogte en vingen we de gestrande vrienden met twee kleine kinderen op: de ene auto nam de mensen mee, de andere auto’s de bagage. Onze vriend die drie uur (!) bij de auto moest wachten op de wegenwacht werd uiteindelijk ook door vrienden naar het kasteel meegenomen. Blij viel eenieder elkaar die avond in de armen. We waren allemaal nog heel en het was tijd voor drank.

De week vloog voorbij en in tegenstelling tot eerdere jaren hadden we onze eigen kamers (in plaats van een slaapzaal) waardoor ik zelfs tot twee keer toe minstens een uur een boek heb kunnen lezen. Mijn kinderen zag ik nauwelijks, die trokken met de andere kinderen op en kwamen alleen langs als er een akkefietje was of als ze honger hadden.

Ondertussen waren wij volwassenen druk met praten, drinken, lachen en vooral heel veel en lekker eten (er zitten een paar ontzettend goede koks in het gezelschap!) en ook: spelletjes aan het spelen. Nog zoiets: ik hou dus niet van spelletjes, wat ik ook altijd aan mijn enig kind zijn toeschrijf. Maar in dit gezelschap kan ik het aan.

Op Oudjaarsavond trokken we allemaal wat moois aan en stonden we op een gegeven moment met een man of 15 in de grote kasteelkeuken oesters te eten en champagne te drinken terwijl The Prodigy door de speakers galmden. Daarna toog ik naar de ‘dansvloer’ (een gedeelte van de woonkamer die we vrij hadden gemaakt en waar de stereo stond en ik mijn telefoon inplugde voor mijn eigen playlist) en danste ik met vier anderen het nieuwe jaar in, tot er op een gegeven moment twee dronken Belgen binnen zwalkten die in het huis naast het kasteel verbleven. De volgende dag had ik spierpijn van het dansen. Nee, een beter begin van 2018 had ik me niet kunnen wensen!

Misschien moet ik ook maar concluderen dat ik stiekem toch een groepsmens ben. In bepaald soort groepen dan. Waar er goeie muziek wordt gedraaid (door mijzelf :-)), waar er lekker wordt gegeten en er fijne gesprekken gevoerd kunnen worden en vooral waar er veel humor aanwezig is. En waar die gesprekken dan over gingen? Ja dat zou je wel willen weten he….Maar je weet: what happens in the Castle, stays in the Castle!

 

Geduld

Het grootste misverstand over het ouderschap is wat mij betreft het idee dat ouders eindeloos veel geduld hebben. Dat heb ik dus niet, of nou ja heel weinig. Dat geduld. En ik kan je vertellen: ook dat weinige geduld wordt danig op de proef gesteld. Dat is nou eenmaal wat kinderen doen: kijken of ze niet TOCH dat snoepje mogen of TOCH nog langer op de iPad. Nou heb ik naast dat weinige geduld ook nog eens een stemmetje in mijn hoofd dat zegt: consequent blijven! Niet toegeven! Daar leren die kinderen niks van namelijk. Is het niet zo dat het opvoeden van kinderen erop neerkomt dat de kinderen in kwestie om moeten leren gaan met frustraties?

En zo ploeter ik voort met het ene kind hard gillend en het andere hard huilend. Zondagmiddag, ah, welk een heerlijke rust. En je komt ook zo lekker bij van de week. Even he-le-maal niks…Zelfs de buurvrouw sprak me laatst aan of het wel goed ging met ons en de kinderen? Want ze hoorde zoveel gegil…Tja. Wat kan ik zeggen? Als verweer voor haar opmerking: ze heeft zelf geen kinderen dus hoe gek je er ECHT van wordt, dat zal ze nooit kunnen begrijpen. En voor mijn eigen verweer: ik doe mijn best. Echt. Meer kan ik niet doen. Maar ik ben ook maar eens mens. Met weinig geduld. En een piep in mijn linkeroor van al dat gegil.

 

Zonder rimpels

Gesprek in de vintage winkel, door twee meisjes van begin twintig:

‘He schat, ik kom even bij je langs! Ben je lekker aan het werk? Ik zoek namelijk een jurkje voor een bruiloft, liefst lichtblauw of geel.’
‘Oh my god, wie gaat er trouwen dan?’
‘De zus van Jenny, weet je wel. Maar zij zijn dan ook al super lang samen.’
‘Hoe lang is lang?’
‘Acht jaar. Ja, dan ben je er wel aan toe denk ik.’
‘Echt? Waarom zou je trouwen joh? En dan zo jong?’
‘Ja ik weet het ook niet, maar dan zie je er wel goed uit. Op je trouwfoto’s.’
‘Dat is waar. Zonder rimpels en zo. Als je voor de dertigste trouwt dan.’
‘He, ik ga even rondkijken hoor. Wat heb je hier allemaal in de winkel?’
‘Ja, doe dat. Dit is wel onze minste winkel – van de drie – met het slechtste aanbod.’
‘Echt? Nou dan ga ik weer verder kijken hoor schat. Werk ze nog. Doei!’
‘Doei darling!’