Voorbij de boekenweek

De boekenweek is voorbij en hoewel ik eigenlijk altijd – sinds de middelbare school – een boek kocht in deze week, heb ik dat dit jaar niet gedaan. Ik liet het voorbij gaan en merkte dat ik vooral weerstand voelde als ik aan de boekenweek en het thema van ‘Moeder, de vrouw’ dacht. Het boekenweekgeschenk van Jan Siebelink hoef ik eerlijk gezegd ook niet te hebben. Ik heb nooit een boek van hem gelezen en ik denk niet dat ik het ooit ga doen. Het zijn mijn thema’s niet en er zijn nog een miljoen andere boeken die ik graag wil lezen.

Misschien komt het ook door mijn opleiding aan de Schrijversvakschool. Dat alles wat met schrijven en boeken te maken heeft dichterbij komt. Dat ik het meer op mijzelf en mijn eigen ontwikkeling betrek. En wat ik de laatste jaren bemerk, is: ik lees vooral boeken geschreven door vrouwen. Niet expres, maar meer intuïtief. Omdat ik zelf een vrouw ben en wil kijken hoe andere vrouwen hun stem laten horen. Bovendien zijn er zoveel (en steeds meer) vrouwelijke schrijvers en wat zijn ze goed! Zoals de verhalenbundel ‘Dingen die we verloren in het vuur’ van Mariana Enriquez of ‘Lampje’ van Annet Schaap of ‘Hier’ van Joke van Leeuwen. Ik lees deze boeken en voel bewondering en herkenning en word geïnspireerd. Is dat niet precies wat we zoeken in goede kunst?

Overigens kun je natuurlijk ook nu, na de boekenweek, een boek kopen! Of misschien JUIST dan. Als de rust is weer gekeerd en de hysterie is weggeëbd. Geen irritante thema’s meer maar gewoon een boek uitkiezen dat je aanspreekt. ‘Dennie is een star’ van Maartje Wortel schijnt een aanrader te zijn. Ik ga straks naar de winkel.

Advertenties

Het schrijfweekend

Omdat ik geen auto rijd (heb wel ooit mijn rijbewijs behaald maar nooit echt goed leren rijden, waardoor ik het nu niet meer durf) vertrok ik met bus, trein en daarna weer een bus naar het fijne huisje van vrienden voor een schrijfweekend. Het kostte mij 2,5 uur reizen maar dan heb je ook wat. Nu had ik ook nog een kater vanwege het onverwacht leuke feestje van de avond ervoor, dus de reis was een eh…uitdaging. Gelukkig was ik in mijn eentje dus viel ik niemand lastig met mijn chagrijn. Ergens halverwege voelde ik ook dat ik moest plassen maar ik dacht: ik ben er zo, nog even volhouden. Uiteindelijk kwam ik uitgeput en bijna in mijn broek plassend aan, maar haalde ik de wc net op tijd. Om daarna meteen de fiets te pakken naar de supermarkt bij de camping om de hoek. Die bleek tot 18.00 uur open te zijn. Het was 17.50 uur. Als een razende snelde ik door de winkel op zoek naar avondeten, ontbijt en lunch. Op de terugweg bleek mijn achterband lekkig maar toch wist ik fietsend met de zware tas aan het stuur het huisje te halen. Weer een overwinning.
Dat ik er niet helemaal bij was, bleek daarna wel toen ik een bord liet vallen (nog heel maar wel kleine stukjes eraf…) en daarna per ongeluk het koffiezetapparaat aangezet bleek te hebben waar ik gelukkig op tijd achterkwam. Ik praatte ondertussen steeds meer tegen mezelf. Dat doe ik sowieso al maar hier ging ik mezelf ook met mijn eigen naam toespreken. Dat was nieuw. Het was duidelijk tijd voor wijn. En inderdaad, na een glaasje ging het een stuk beter met mijn kater en met mijzelf. Ik stak de open haard aan en constateerde tevreden dat het een goed weekend zou gaan worden. Wel heel jammer dat het blijkbaar het weekend is van ‘We-knappen-ons-buitenhuisje-op’ want gisteravond werd er verderop tot laat geschuurd of gefreesd of hoe het ook heet maar het maakt enorm veel lawaai! En vanochtend begonnen ze om 8.00 uur in het huisje recht tegenover mij iets met een graafmachine te doen dat oorverdovend was. Maar ik laat me niet kisten: muziek aan, koffie erbij en hop: aan de schrijverij!

 

Beroep: vrouw

Ook al is de boekenweek weer voorbij, toch nog  even een stukje over wat mij is opgevallen. Namelijk dat er steeds meer aandacht lijkt te zijn voor vrouwen in de literatuur. Een goede ontwikkeling die ik toejuich. Maar…ja je voelde ‘m vast al aankomen….maar: in interviews met vrouwelijke schrijvers (schrijfster vind ik een stom woord) wordt altijd gevraagd waarom ze zo laat (lees: na hun veertigste levensjaar) zijn gedebuteerd. Dit wordt volgens mij nooit aan mannen gevraagd, zo ver ik heb kunnen nagaan. Ook al debuteren ze als ze zeventig zijn, dan is het halleluja wat geweldig. Maar bij vrouwen altijd die vraag. Niet alleen bij schrijvers maar ook bij actrices, zangeressen en andere beroepen in de kunst. Terwijl er vaak bij vrouwen honderd-en-één redenen zijn om later aan schrijven (of een ander creatief beroep) te beginnen: een andere carrière, kinderen, de overgang. Ik noem maar wat. En voor creatieve beroepen is eerst wat levenservaring wel mooi meegenomen, lijkt mij zo.

Je zou ook kunnen zeggen: wat heb je hiervoor gedaan en wat heeft je doen besluiten om nu te gaan schrijven? Of gewoon: de situatie nemen zoals die is, zonder te vragen over waarom nu. Want waarom: daarom!

 

Schrijven

Er hangt al een paar jaar een briefje in mijn badkamerkastje en elke keer lees ik het en denk: ja ja, het zal wel. Maar toch, maar toch. Het hangt er niet voor niks. Sterker nog: ik heb het briefje al tien jaar! Daar kwam ik gisteren achter. Al tien jaar heb ik dit briefje om me eraan te herinneren dat ik er nog ben en dat ik moet gaan doen wat ik echt wil. Dit briefje heb ik niet zelf bedacht maar kwam voort uit een coachingstraject dat ik deed nadat ik borstkanker had gekregen op zeer jonge leeftijd. Mijn coach vond dat ik moest uiten wat ik echt wilde. Want zoals ze destijds zei: ‘Je hebt een vroege midlifecrisis. En nu moet je uitzoeken wat je wilt gaan doen.’ En dit briefje moest mij eraan helpen herinneren dat ik ervoor moest gaan, wat het ook was dat ik wilde gaan doen.

Wat ik wilde doen, bleek dus schrijven te zijn. Zodoende begon ik ook deze blog tien jaar geleden (!?) Maar…daar tussendoor kwam het leven: een heftig ongeluk, eerst het ene en toen het andere kind, het overlijden van mijn lieve schoonmoeder, een bruiloft en snel daarna een verhuizing, een metalen plaat op mijn hoofd, een hernia. Ondertussen ook allerlei banen gehad, overspannen geweest en de kinderen levend proberen te houden. Nu ja, ik was dus wel even zoet met andere dingen, is zoals u begrijpt een understatement.

Maar, sinds september vorig jaar zit ik op de Schrijversvakschool (ik was zooooooooooooooo blij toen ik de mail kreeg dat ik was aangenomen!) en doe ik eindelijk eindelijk wat ik echt wil doen: (meer) schrijven! Het is zwaar, twee avonden les in de week en opdrachten en deadlines en feedback verwerken en herschrijven naast m’n werk en het gezinsleven, maar ik doe nu eindelijk wat ik tien jaar geleden op dit briefje schreef. Dus ergens heeft het toch zin gehad. Want wie schrijft, die blijft. Of zoiets. Nu gezond blijven. En blijven schrijven. Lezen jullie dan mee? Dat zou ik fijn vinden.

briefje schrijven

Aandachtsstrijd

Ik zit weer een paar dagen in het huis van mijn collega om te schrijven. Vooralsnog is het toch niet vliegen van de JSF het grootste nieuws dat tot me gekomen is. Dat hou ik even zo, in tegenstelling tot vorige keer, in november vorig jaar.
Ondertussen strijden twee plannen voor een boek om aandacht in mijn hoofd. Twee totaal verschillende boeken, in alle opzichten. Het is net als met kinderen: ze zijn totaal verschillend maar je allebei even lief. Bovendien wil je niet de ene voor trekken ten koste van de ander. Maar soms vraagt die ene net wat meer aandacht en vraag je je af: is deze aan de beurt of juist die ander? En zo ploeter ik hier voort met mijn schrijven en schaven. En dan heb ik nog eens een uitgever. Dat is het volgende plan.

Verhaal

Eindelijk was het zover: mijn schrijfretraite was aangebroken! Een lieve collega die een weekendje weg ging, had me genereus haar huis in het landelijke Noord Holland aangeboden, zodat ik in alle rust (lees: zonder kinderen, man, de grote berg met was, de administratie, vele TO DO lijstjes etc.) eindelijk eens echt kon schrijven. Aan dat kinderboek dus.

Op de eerste dag las ik veel. Maar vooral ontspande ik en genoot van het uitzicht op weilanden en schaapjes en paarden en de stilte om me heen. Ik nam me voor om de volgende dag eens vroeg te beginnen met schrijven, maar eerst keek ik nog even wat televisie. En toen kwam opeens de wereld en daarmee de angst en ellende binnen. Parijs, vrijdag 13 november 2015.

De volgende dag probeerde ik met frisse moed aan de slag te gaan en niet te denken aan de vreselijkheden. Gewoon te doen alsof het niet was gebeurd. Maar dat was onmogelijk natuurlijk.

En zo probeerde ik me het hele weekend te concentreren op mijn verhaal, mijn boek in wording, terwijl de wereld ondertussen in brand staat. Nog meer dan anders. Het is me niet gelukt om veel te schrijven helaas. Wel heb ik veel nagedacht. Want wat me op de been houdt: de wereld heeft verhalen nodig. Mooie verhalen, troostende verhalen, ontroerende verhalen. Ik ploeter verder en hoop dat mijn boek er ooit komt. Want dat is wat we nog hebben: hoop.

DE TUIN

Het was weer een ochtend waarop Alice lang in bed bleef liggen. Het was toch vakantie?
Waarom zou ze dan überhaupt voor 9 uur haar bed uit komen? Ze hoefde niet naar school, haar ouders waren op reis en ze had nergens zin in. Nou dan!

Oma was al sinds vroeg in de moestuin bezig geweest met schoffelen en onkruid wieden en riep nu of Alice ook even mee kon helpen omdat Oma last van haar rug kreeg.

“Pff, nu al?” riep Alice terug. “Ik moet nog douchen.”
“Dat doe je dan straks maar” riep Oma Dora terug. “Ik heb je nu nodig liefje!”

Zuchtend en steunend trok Alice haar lievelings T-shirt (die witte met de kersen erop), haar tuinbroek en haar groene laarzen aan en sjokte richting moestuin. Nu ze toch op was gestaan, kon ze net zo goed haar record oefenen.

De zon scheen fel en brandde in haar gezicht. Met haar hand boven haar ogen zocht ze waar Oma was.

“Joe-hoe! Hier! Ik ben hie-ier!” hoorde ze van achter de bessenstruiken.
“Pak maar een mandje uit de schuur en pluk even wat tomaatjes, wil je lieverd?” hoorde ze vanuit de struiken.

“Ja oma, ik kom zo. Ik moet eerst nog m’n record verbreken!”

Ze haalde de stopwatch uit de zak van haar tuinbroek en ging met ingehouden adem, haar ogen dicht en haar rug tegen de deur van de schuur staan en telde af van 10 naar 0. Bij nul ademde ze uit en drukte op het knopje van de stopwatch in haar hand. De eerste vijf stappen kon ze met haar ogen dicht makkelijk zetten zonder ergens tegen aan te lopen. Maar dan werd het lastig. Er lag een steen vlak naast de ingang van de moestuin om het hekje goed dicht te houden tegen de konijnen, maar daar liep ze eigenlijk altijd tegenop als ze deze oefening deed.
Au, ja daar was de steen al. Ze deed één oog voorzichtig open en stapte naar rechts. Als ze tegen de steen aanliep, dan was ze dus te veel naar links afgebogen. Ze kneep haar beide ogen weer stevig dicht en zuchtte diep. Ze moest en zou haar record halen van drie minuten en 55 seconden. Rustig maar vast beraden liep ze verder terwijl ze goed probeerde te luisteren waar ze was. Als de schapen nog ver weg klonken dan was ze nog niet op de helft. Maar zodra de schapen goed te horen waren wist ze dat ze goed liep en ook op moest passen voor de wollige medebewoners van het eiland.

“Lukt het lieverd?” hoorde ze Oma vanachter de struiken roepen. “Ik heb wel zo de tomaatjes nodig.”

“Ja-haa, laat me nou” riep Alice geïrriteerd terug. Oma snapte niet dat ze elke dag moest oefenen. Alleen dan zou haar record op drie minuten en 55 seconden vol kunnen houden.