Beroep: vrouw

Ook al is de boekenweek weer voorbij, toch nog  even een stukje over wat mij is opgevallen. Namelijk dat er steeds meer aandacht lijkt te zijn voor vrouwen in de literatuur. Een goede ontwikkeling die ik toejuich. Maar…ja je voelde ‘m vast al aankomen….maar: in interviews met vrouwelijke schrijvers (schrijfster vind ik een stom woord) wordt altijd gevraagd waarom ze zo laat (lees: na hun veertigste levensjaar) zijn gedebuteerd. Dit wordt volgens mij nooit aan mannen gevraagd, zo ver ik heb kunnen nagaan. Ook al debuteren ze als ze zeventig zijn, dan is het halleluja wat geweldig. Maar bij vrouwen altijd die vraag. Niet alleen bij schrijvers maar ook bij actrices, zangeressen en andere beroepen in de kunst. Terwijl er vaak bij vrouwen honderd-en-één redenen zijn om later aan schrijven (of een ander creatief beroep) te beginnen: een andere carrière, kinderen, de overgang. Ik noem maar wat. En voor creatieve beroepen is eerst wat levenservaring wel mooi meegenomen, lijkt mij zo.

Je zou ook kunnen zeggen: wat heb je hiervoor gedaan en wat heeft je doen besluiten om nu te gaan schrijven? Of gewoon: de situatie nemen zoals die is, zonder te vragen over waarom nu. Want waarom: daarom!

 

Advertenties

Schrijven

Er hangt al een paar jaar een briefje in mijn badkamerkastje en elke keer lees ik het en denk: ja ja, het zal wel. Maar toch, maar toch. Het hangt er niet voor niks. Sterker nog: ik heb het briefje al tien jaar! Daar kwam ik gisteren achter. Al tien jaar heb ik dit briefje om me eraan te herinneren dat ik er nog ben en dat ik moet gaan doen wat ik echt wil. Dit briefje heb ik niet zelf bedacht maar kwam voort uit een coachingstraject dat ik deed nadat ik borstkanker had gekregen op zeer jonge leeftijd. Mijn coach vond dat ik moest uiten wat ik echt wilde. Want zoals ze destijds zei: ‘Je hebt een vroege midlifecrisis. En nu moet je uitzoeken wat je wilt gaan doen.’ En dit briefje moest mij eraan helpen herinneren dat ik ervoor moest gaan, wat het ook was dat ik wilde gaan doen.

Wat ik wilde doen, bleek dus schrijven te zijn. Zodoende begon ik ook deze blog tien jaar geleden (!?) Maar…daar tussendoor kwam het leven: een heftig ongeluk, eerst het ene en toen het andere kind, het overlijden van mijn lieve schoonmoeder, een bruiloft en snel daarna een verhuizing, een metalen plaat op mijn hoofd, een hernia. Ondertussen ook allerlei banen gehad, overspannen geweest en de kinderen levend proberen te houden. Nu ja, ik was dus wel even zoet met andere dingen, is zoals u begrijpt een understatement.

Maar, sinds september vorig jaar zit ik op de Schrijversvakschool (ik was zooooooooooooooo blij toen ik de mail kreeg dat ik was aangenomen!) en doe ik eindelijk eindelijk wat ik echt wil doen: (meer) schrijven! Het is zwaar, twee avonden les in de week en opdrachten en deadlines en feedback verwerken en herschrijven naast m’n werk en het gezinsleven, maar ik doe nu eindelijk wat ik tien jaar geleden op dit briefje schreef. Dus ergens heeft het toch zin gehad. Want wie schrijft, die blijft. Of zoiets. Nu gezond blijven. En blijven schrijven. Lezen jullie dan mee? Dat zou ik fijn vinden.

briefje schrijven

Open Dag

Er zitten al wat dames op leeftijd als ik druipend van de regen de kleine koffiekamer betreed. Aan een vrouw van de school die ons welkom heet, vraag ik of mijn mascara tot aan mijn kin is afgezakt. ‘Je ziet er prachtig uit.’ zegt ze. Of dat betekent of mijn mascara inderdaad overal zit of juist niet weet ik nu niet, maar ik besluit dat het niet uitmaakt. De dames op leeftijd hebben het over welke schrijfboeken door vrouwen zijn geschreven. ‘Kristien Hemmerechts. Ken je haar? Die heeft ook veel bijzondere dingen hierover op papier gezet.’

Met een kopje warme thee en een natte jas schuifel ik naar de ontvangstkamer waar al wat andere mensen klaar zitten. Vaders met dochters van in de twintig, dames van rond de vijftig, wat mannen en vrouwen van in de dertig of veertig – zoals ik – en een jongen die eruit ziet als zeventien. Ik zit op de stoel achter hem en hij ruikt naar Red Bull. Zenuwachtig kijkt hij de kamer rond. Ik voel me oud en jong tegelijk.

Eindelijk begint de introductie van de directeur. Hoe meer hij vertelt over de opleiding, hoe enthousiaster ik word. Ik wil dit ook. Hoe hard werken het ook is.

Daarna hebben we een proefles met een groepje van tien mensen. IJverig pennen ik en de anderen een uur lang mee met de opdrachten die we krijgen. Dan is het alweer afgelopen helaas. Hongerig storten we ons op de broodjes in de ontvangstkamer waarna we schuchter een gesprekje beginnen over of we ons aan gaan melden of niet. Ik spreek de docente die de proefles gaf. Een grande dame die alles wel eens meegemaakt schijnt te hebben. ‘Gewoon opgeven joh!’ zegt ze hartelijk.

Door de regen fiets ik heel blij weer naar huis.

Note to self: water geven

Tien jaar geleden zei een coach tegen mij: ‘Je plant wel zaadjes, maar je geeft ze geen water.’ Een opmerking die enorm is blijven hangen en af en toe als een oplichtende reclame slogan door mijn hoofd schiet.Want het is nog steeds op mij van toepassing, vrees ik. Heb ik dan niks geleerd in die tien jaar? Natuurlijk wel. Hoop ik…Maar de  dingen die ik echt graag wil, die stop ik blijkbaar in de aarde en dan wacht ik af. Totdat iemand anders ze water geeft. En dan kun je lang wachten, als u begrijpt wat ik bedoel.

Zo probeer ik al twee jaar mijn kinderboek op papier te krijgen en op de een of andere manier wil dit zaadje maar niet groeien. Maar om het nou met pot en al weg te gooien? Nee, dat vind ik zonde. Dan maar een nieuw zaadje planten? Of een oud verschrompeld plantje verzorgen en kijken of deze wel wil bloeien?

Hoe dan ook. Ik zit even vast wat het schrijven betreft. Vandaar de weinige stukjes hier. Maar ik geef niet op! En beloof mijn plantjes beter te verzorgen! Want in het echte leven heb ik juist groene vingers. Niet gelogen. Niets leuker dan een echt zaadje in de grond te stoppen en het plantje zo te verzorgen dat het mooi groeit en bloeit. Nu dit nog toepassen op mijn andere ambities…

 

Even nodig

Ik zit alweer drie dagen in het fijne huis van een collega om te schrijven, met uitzicht op weilanden, paarden, schaapjes, en een snelweg. M. bracht me met de auto en dus reden we eerst langs de supermarkt voor proviand. Daarna kwam ik drie dagen niet meer buiten (er was geen reden toe!) – behalve op het balkon. En sprak ik bovendien drie dagen met niemand. Behalve de buurvrouw die 1x aanbelde om zich voor te stellen en de vrouw die kwam collecteren voor het KWF.
Het voelde als een retraite: ik las, ik schreef, ik at, ik dacht na en ik luisterde muziek wanneer IK dat wilde. Ja, dat zijn heel bijzondere dingen als je moeder van twee kinderen bent. Dan is dat allemaal niet meer zo vanzelfsprekend. Vooral alles doen wanneer het mij goed uitkwam en niet omdat het nodig was. Zelfs mijn been en rug werkten mee en deden een stuk minder pijn! Ik kon zowaar zitten (niet te lang…) en ook echt ontspannen.
Over een uur komt M. me met de auto en de kinderen ophalen. Misschien moet ik even een stukje zingen zodat ik mijn stem uit kan proberen? Eens kijken of ie t nog wel doet? Of zou de buurvrouw dan weer aan komen bellen…

Zijn het mijn ogen?

Een jongen van een jaar of 25 loopt kordaat op me af en vraagt waar hij een jeugdboek over toneelspelen kan vinden. ‘Eh, ik werk hier niet’  zeg ik aarzelend. ‘ Oh’ zegt de jongen nu wat verlegen ‘ik zag je met een stapel boeken in je handen lopen, dus ik dacht dat je hier hoorde.’

Zomaar een middag in de bieb, met een stapel jeugdboeken (lectuur voor de vakantie!) in mijn handen en mijn kinderen die ergens in de buurt aan het rond rennen waren. Maar ik denk minstens de twintigste keer, misschien wel de dertigste, in mijn leven dat mensen denken dat ik ergens werk waar ik dus niet blijk te werken. Zelfs in een kledingwinkel in Barcelona werd ik eens aangesproken door een meisje dat meer wilde weten over enkele spijkerbroeken. Terwijl ik een kaart van de stad in mijn hand had!

Ik zie het maar als compliment. Blijkbaar kom ik betrouwbaar en zelfverzekerd over. Of zoiets. Anders weet ik het ook niet.

Aandachtsstrijd

Ik zit weer een paar dagen in het huis van mijn collega om te schrijven. Vooralsnog is het toch niet vliegen van de JSF het grootste nieuws dat tot me gekomen is. Dat hou ik even zo, in tegenstelling tot vorige keer, in november vorig jaar.
Ondertussen strijden twee plannen voor een boek om aandacht in mijn hoofd. Twee totaal verschillende boeken, in alle opzichten. Het is net als met kinderen: ze zijn totaal verschillend maar je allebei even lief. Bovendien wil je niet de ene voor trekken ten koste van de ander. Maar soms vraagt die ene net wat meer aandacht en vraag je je af: is deze aan de beurt of juist die ander? En zo ploeter ik hier voort met mijn schrijven en schaven. En dan heb ik nog eens een uitgever. Dat is het volgende plan.