Linkse hobbies

Sinds twee maanden werk ik bij één van mooiste, oudste en kleinste theaters van Amsterdam: de Roode Bioscoop. Klein van formaat, maar groot in ambitie! Vroeger was het een socialistische bioscoop (vandaar de naam- het is dus geen sexbioscoop, wat veel mensen denken…dat was The Movies – overigens om de hoek van de Roode Bioscoop), nu is het een theater voor kleinschalige muziek, theater en literaire voorstellingen. Hoe dan ook,  een zeer inspirerende en fijne (werk)plek waar altijd wat interessants gebeurt.

Zoals de komende maand, de nieuwe voorstelling van Theatergroep Flint-  sinds jaar en dag de vaste bespeler van de Roode Bioscoop: Klaarlichte Nacht, gebaseerd op het werk van de Vlaamse dichter Herman de Coninck (1944 -1997).

“De titel ‘Klaarlichte Nacht’ heeft van doen met de wijze waarop de toegankelijke poëzie van Herman de Coninck tot stand kwam: ’s nachts in zijn werkkamer, naar muziek luisterend en bier of whiskey drinkend. Buiten heerst stilte en duisternis.

De voorstelling volgt het verloop van de Coninck’s leven, samengebald in een imaginaire pikzwarte nacht, die geleidelijk overgaat in een glorieuze klaarlichte ochtend.

De samenwerking met Ernst Reijseger en Wolfert Brederode, twee muzikanten van wereldformaat, laat het werk van de Coninck in al zijn schoonheid schitteren.”

Zie hier voor de data en hoe te reserveren.

Dus wat belet u? Komt allen naar dit prachtig mooie theater om deze bijzondere voorstelling te zien! En niet alleen omdat ik er werk. Gewoon, omdat u uzelf dit gunt, zo aan het begin van het nieuwe jaar. En u zich niet schaamt voor uw linkse interesses en hobbies. Zegt ’t voort!

Advertenties

These boots are made for walking

Gisteravond besloot ik, hoewel moe en verkouden, toch naar Literanita, de fijne literaire avond in de Nieuwe Anita, te gaan. Aangezien de Nieuwe Anita helemaal aan de andere kant van de stad is, leek mij het handig om met de tram te gaan. Zo laat wilde ik het ook niet maken, dus vol goede moed liep ik naar de tramhalte. Bijna aangekomen, zag ik net de tram wegrijden. Nu ja, geeft niet, dacht ik, er komt zo wel een nieuwe. Maar terwijl ik op de tram wachtte, bedacht ik me, dat de deur om 20.45 uur dicht zou gaan en begreep ik dat het krap zou gaan worden.

De volgende tram kwam eindelijk en het was druk. Elke halte stapten veel mensen in en uit, en ondertussen was het al bijna 20.45 uur en ik was er nog niet. Bij de juiste halte aangekomen, liep ik snel als ik kon naar de Nieuwe Anita, om er achter te komen dat ik inderdaad te laat was en ik dus voor een dichte deur stond. Door het raam kon ik zien dat het behoorlijk vol zat en de eerste schrijver van de avond al begonnen was met voordragen. Ik smste Merel, een van de organisatoren van de Literanita, of ik tot de pauze moest wachten of dat ik na deze eerste voordrager binnen mocht. Ze smste terug dat het laatste gelukkig het geval was. En zo stond ik buiten, me afvragend of ik ergens een biertje moest gaan drinken, of gewoon moest wachten. Ondertussen kwam er een man op een scooter die ook naar binnen wilde. “Oh, het is dicht.” zei hij. “Wat zijn ze aan het doen? Open podium of zo?” Ik vertelde wat er die avond gaande was. Hij keek er niet heel geinteresseerd bij. “Ze zeiden tegen me, je moet op donderdag komen, dan is de leukste avond.” Wie ‘ze’ waren, werd niet duidelijk, maar het was wel duidelijk dat hij het niet met ‘ze’ eens was. “Nou, ik kom wel weer een andere keer” en hij vertrok weer op zijn scooter.

Gelukkig was het kwartier snel om en mocht ik naar binnen. Ik werd hartelijk ontvangen door vrienden en bekenden en er bleek een plek over te zijn helemaal vooraan. Zo volgde ik de rest van de avond op de eerste rang. Er waren gedichten, fragmenten uit romans en tips uit zefhulpboeken voor op de werkvloer. Al met al, een fijne avond vol diverse literatuur. Helaas bleek de eerste voordrager het leukst geweest te zijn, volgens velen, maar die had ik dus net gemist.

Na de optredens dronken we een biertje. En nog een. Ik hield de tijd in de gaten omdat ik de laatste tram moest halen, maar toen me nog een biertje aangeboden werd, dacht ik ‘Ach, kan best nog. Ik hoef morgen niet vroeg op en ik ben er nu toch.’

Enigszins wankel op de benen, liep ik weer richting de tramhalte, om al van verre de laatste tram net weg te zien rijden…Shit……Wat te doen. Ik liep door naar de halte en inderdaad, het was de laatste. Dan maar naar het Centraal Station. Dan zou ik daar wel zien wat mijn opties waren. Dus de eerst volgende bus die op de Rozengracht langs kwam en richting het station ging, pakte ik. Hij ging heel snel en binnen een mum van tijd was ik op het CS. Maar wat nu? Bovendien moest ik ontzettend nodig plassen.

Ik liep naar de bussen en daar bleek ook de laatste bus net weg te zijn. Ik had nog nooit de nachtbus naar ons huis genomen, maar wist wel dat die er was. Maar ik kon nergens de halte vinden. Op het nachtnet kaartje stond wel het busnummer, maar niet waar die dan stopte. Ik dacht, ik loop gewoon richting huis en dan zie ik wel een halte verschijnen. Ja, zo laat op de avond en enigszins aangeschoten, denk je dat dat goeie ideeën zijn.

Maar first things first. Dus stapte ik de eerste de beste vage kroeg op de Zeedijk binnen om gebruik te maken van de sanitaire voorzieningen. Aan de bar zat één man, die duidelijk de barkeepster probeerde te versieren. Opgelucht en een plas en 50 cent lichter, liep ik verder richting bushaltes aan de Prins Hendrikkade. Ondertussen kwam ik op het luminieuze idee, dat ik natuurlijk ook een taxi zou kunnen nemen. Dus al lopend probeerde ik er eentje aan te houden, maar dit lukte geenszins. En hoe verder ik liep, hoe onwaarschijnlijk het leek dat er een taxi voor me zou stoppen. Bovendien had ik nu een halte gevonden waar de nachtbus op werd aangegeven, en die zou pas over een half uur komen. Daar wilde ik niet op wachten. Dus het enige wat er op zat, was om verder naar huis te lopen.

Ik versnelde mijn pas en wandelde door bladeren en plassen, kwam langs feestende studenten en mannetjes die om onduidelijke redenen met deuren aan het zeulen waren. Al lopend, prees ik mijzelf gelukkig om de volgende redenen: 1) het regende niet. 2) ik had laarzen aan waar ik goed op kon lopen 3) ik was in de gelegenheid om te lopen 4)ik had geen haast. En zo kwam ik uiteindelijk, na ruim drie kwartier flink doorlopen, compleet afgepeigerd,  toch weer met een volle blaas en veel later dan gepland thuis. Ik was van plan geweest om de volgende dag te gaan sporten, maar besloot dat ik wel genoeg aan sportieve activiteiten had gedaan voor de komende tijd. Volgende keer gewoon weer met de fiets.

Martin Bril

Bah. Martin Bril is er niet meer.

Gisteravond wilde ik even kijken hoe laat het eigenlijk was, toen ik het droeve bericht op de teletekst zag staan. Nu ben ik al de hele dag onbestemd chagerijnig en verdrietig en dus besloot ik er toch maar een stukje over te schrijven.

Ik las de stukjes van Martin Bril altijd met groot plezier en vond hem een leuke man. Daarnaast is het weer een confrontatie met die rotziekte, kanker. Die onverbiddelijk kan zijn en rigoreus.

Ik moet wel zeggen dat het voor mij een persoonlijke overwinning is dat ik niet totaal in de paniek schiet bij het horen van dit droeve nieuws, wat voorgaande jaren wel gebeurde. Dan bracht het me meteen terug bij mijn eigen ziekte en behandeling en confronteerde het mij met hoe het ook had kunnen gaan. Dit keer is het anders. Dit keer is er de kleine Zef. Wat mij nog veel kwetsbaarder maakt, maar ook sterker en positiever. Het leven is namelijk ook mooi en bijzonder en lekker. En dat wist Martin ook. Hij heeft er over geschreven.

Sport versus kunst

Recentelijk las ik “Zoals dat gaat met wonderen” Dagboeken 2000-2007, van Arthur Japin. Ik vind de boeken die ik van hem gelezen heb allen erg mooi, ontroerend, herkenbaar en intrigerend. Het was dan ook  erg interessant om door middel van die dagboeken een tijdje in zijn hoofd te kunnen vertoeven. Bovendien waren het veelal korte fragmenten, en dat was prettig lezen, aangezien mijn concentratie te wensen over laat de laatste tijd.

Al lezend, vond ik sommige passages zo treffend opgeschreven, dat ik ze aan ging strepen. Bij deze wil ik de volgende overpeinzing van Japin graag met jullie delen, omdat er voor mij heel veel waarheid in zit. Ik ben zelf namelijk helemaal niet van de sport en ook niet van de competitie. Bij alle sporten die ik als kind uitgeprobeerd heb (zoals judo, badminton en roeien. ja, heel divers inderdaad) haakte ik standaard af als het competitie-element aan de orde kwam.

Hier het fragment:

“Sport is het tegenovergestelde van kunst. Sport impliceert competitie. Competitie kan alleen bestaan in de omgang met anderen. Sport veronderstelt dat iemand de beste kan zijn zodat de rest van hem kan verliezen. Kunst gaat uit van het individu. Een eenling schept iets en hoeveel mensen die schepping vervolgens ook waarnemen, ieder zal die op zijn eigen wijze zien. Daarbij kan de ene perceptie onmogelijk beter zijn dan de andere.”  

Ik moest aan deze passage denken toen ik van de week De Wereld Draait Door keek en zwemmer Maarten van der Weijden aan zanger Huub van der Lubbe vroeg of het voor hem belangrijk was of De Dijk de Popprijs had gewonnen. Maarten was oprecht verbaasd dat het Huub niet zo veel uit scheen te maken. Het is natuurlijk makkelijk praten als je de prijs daadwerkelijk op zak hebt, maar ik denk dat Huub het echt meende. Hij is dan niet die eenling, waar Japin het over heeft, maar onderdeel van een gezelschap. En op dat punt ben ik het dan ook niet met Japin eens. Kunst wordt ook vaak in groepsverband gecreëerd. Maar het was wel een mooi voorbeeld van twee werelden die elkaar ontmoeten en proberen te begrijpen.

“De weekenden waren voor haar”

Merel heeft een nieuw boek geschreven! En ze heeft hier een zeer kunstige promo-trailer voor gemaakt.

Helaas helaas kan ik zelf niet bij de boekpresentatie aanwezig zijn op de 31e, omdat M. en ik precies op dat moment in een trein richting Italië stappen. Ook zeer fijn, maar wel erg jammer natuurlijk.

Maar ik zou zeggen: kijken, kopen, lezen. Gewoon doen!