40

Heel lang heb ik gedacht dat ik de 40 niet zou gaan halen. Dat het gewoon niet ging gebeuren, door alle ellende en ziekte en behandelingen die ik twaalf jaar geleden heb moeten doorstaan en alle andere heftigheden drie jaar later. Dat ik mezelf niet rijk moest rekenen met dit onbereikbare getal. Want het leven is onverbiddelijk en bijna werd ik niet ouder dan 27 dus hoezo zou ik dan ooit 40 worden? Ik zag het niet voor me.

Toen ik vorig jaar nauwelijks mijn verjaardag vierde, dacht ik steeds: doe ik hier wel goed aan? Moet ik niet pakken wat ik pakken kan, want wie zegt dat ik het kroonjaar wel haal? Het bleef een gedachte die in mijn hoofd rond sluimerde. Tot vandaag. Want vandaag is het dan toch echt zo ver: ik heb het zowaar gehaald! 40 jaar Swaan. En nu begin ik hebberig te worden. Want nu wil ik eigenlijk wel 50 worden, of nou ja, het liefst 80 of ouder. Hoe dan ook, I made it. Het was en is niet makkelijk te leven met de angsten voor een ziekte die je leven ingeslopen is. En met de lichamelijke en geestelijke gevolgen hiervan. Maar daar zal ik jullie nu niet mee lastig vallen. Nu is het tijd voor feest en taart en ballonnen en champagne! Happy birthday to me. Poe, 40 dus.

Mijn allergrootste wens? Om mee te maken dat ik oma word. Al is het maar van de hond of kat die mijn kinderen later in huis nemen. Zal ik er nu vast als een Jiddische mama over beginnen te zeuren bij de kinderen: Wanneer komen ze? Die kleinkinderen of honden of whatever? Ik verheug me op het oude vrouwtje dat ik ga worden. Op het leven: lechajem!

 

 

Jarig

`Had jij kanker?’ Ik zit s ochtends vroeg in de klas van mijn zoon en het jongetje dat ik ga helpen met lezen kijkt me met grote ogen aan en stelt meteen maar de vraag die op zijn lippen lijkt te branden. Waarschijnlijk om te checken of mijn zoon wel de waarheid heeft gesproken. Misschien dacht de jongen in kwestie dat ik zou zeggen: ‘Nee joh, natuurlijk niet’ en dan zou hij mijn zoon kunnen plagen:’Het is niet waar! Je hebt gelogen!’ Even overweeg ik om negatief te antwoorden – het is nog vroeg en de vraag overvalt me – maar waarom zou ik dat doen? Het is waar, Zef heeft niet gelogen en zijn nieuwsgierigheid begrijp ik. Dus vraag ik rustig: ‘Heeft Zef dat gezegd over mij?’ Het jongetje knikt. ‘Dat klopt. Ik heb inderdaad kanker gehad’ zeg ik dan. Het jongetje brandt nu los: ‘Dan krijg je pillen waar je kaal van wordt en vaak gaan mensen dood.’ Hij kijkt er ernstig bij maar vindt het onderwerp duidelijk ook spannend. Zo rustig mogelijk (mijn stresshormonen gaan altijd even aan bij het woord *kanker*) vertel ik hem dat dat klopt maar dat je soms ook weer beter kunt worden, zoals ik. En ik vraag hem of hij mensen kent die kanker hebben gehad? Hij schudt van nee: ‘Maar ik heb wel de film “Achtste groepers huilen niet” gezien!”Oh ja? Nou, nu maar een leuker onderwerp vind je ook niet? Waar gaat je boek eigenlijk over?’ zeg ik zo geïnteresseerd mogelijk en hij slaat zijn boek over Vos en Haas open en begint te lezen. Ik adem uit.

Een klein voorval in mijn leven maar wel een voorbeeld van hoe ik bijna elke dag wordt geconfronteerd met of denk aan die rare tijd, alweer 11 jaar geleden. Van heftige behandelingen en geen haar. En dat ik niet wist hoe lang ik had en of ik ooit kinderen zou kunnen krijgen na de chemo. Maar dat het goed kwam en ik er nog was. En dat de kinderen er wonderbaarlijk genoeg allebei ook nog kwamen. De schatten van kinderen die mij vanochtend op mijn 39ste verjaardag wakker zongen en kusten met een tekening in de hand. Jarig zijn. Het betekent dat je nog leeft. Proost!

Angst

Het zit in een klein hoekje en wacht tot alles goed gaat.

Intermezzo: ik haat de opmerking “Alles goed?” Hoe kan ALLES nou goed gaan? En wat moet je er op antwoorden? Meestal zeg ik maar: ja hoor, het meeste wel. En met jou? Ook ALLES goed? Einde intermezzo.

En dan slaat het toe. Uit het niets. Bam! Wat is dit? Zat het er al? Volgens mij niet. Wat moet ik ermee? Is er reden tot paniek? Natuurlijk is het weekend en kan er geen dokter gebeld worden en geen afspraak gemaakt.

Het werden een laaaange zaterdag en een laaaange zondag met twee kinderen die aandacht en vermaak wilden. En eindelijk eindelijk kon ik op maandag het ziekenhuis bellen voor een controle afspraak. Voor over 10 dagen. Dus moet ik nog al die dagen in spanning zitten. Hoe kom ik ze door? Zonder totaal in paniek te raken? De ergste scenario’s door mijn hoofd te laten gaan? Te denken aan toen, tien jaar geleden, ook in januari, toen The Shit Hit The Fan…
Hoewel weer aan het werk gaan wonderen deed en de angst een stuk minder werd terwijl ik notulen aan het uitwerken was.

Blijkbaar is dit mijn leven. Al bijna tien jaar. Ik vind het maar een raar leven.

Nummer 2

Het is lang geleden dat ik hier iets schreef. De tijd en de ruimte in mijn hoofd en leven ontbreekt. Dat wil niet zeggen dat ik geen inspiratie heb. Er zijn al veel stukjes door mijn hoofd gegaan, maar de stap naar het opschrijven en publiceren blijkt dan toch een brug te ver.

Maar nu is het dan eindelijk weer tijd voor een stukje en Groot Nieuws (voor degenen die het nog niet wisten): ik ben weer zwanger! Alweer best een tijdje. Want over twee maanden (of minder…) wordt Zef een grote broer!

Ik denk de laatste tijd vaak terug aan de tijd dat ik zwanger was van Zef en hier vaak iets schreef. Het was een fijne uitlaatklep, zeker omdat het nogal roerige tijden waren, met M. die net een ongeluk had gehad en middenin zijn revalidatie zat. De zwangerschap die ik heel spannend vond, zeker zo redelijk kort na mijn borstkankerbehandeling. En toen ging ook het bedrijf waar ik voor werkte failliet en konden we opeens verhuizen. Nee, je kunt niet zeggen dat het toen rustig was in ons leven.

Maar het is allemaal goed gekomen en nu vier jaar laten hebben we een ontzettend lieve, eigenzinnige en grappige peuterpuber rondlopen, heb ik een andere baan en gaan we zeker niet nog eens verhuizen en ben ik dus weer zwanger.

Hoe anders is deze tweede zwangerschap. Zowel geestelijk als lichamelijk. Kon ik bij de eerste nog rust nemen wanneer ik dat wilde, dit keer zit dat er niet in. Ook mijn lichaam dijde zich al snel uit en de zwangerschapskleren die ik bij Zef tot het eind van de zwangerschap aan kon, zitten al een tijdje veel te strak. En dan moet ik nog twee maanden! Ik ben eigenlijk vanaf het begin van de zwangerschap al doodmoe en daarnaast ben ik nu al een maand verkouden en heb ik zo veel gehoest dat ik nu een gekneusde rib heb, omdat ik mijn buikspieren niet kon gebruiken tijdens het hoesten. Zucht.

Wel heb ik het idee dat ik veel meer ontspannen ben over deze nummer twee. De meeste spullen hebben we nog in huis of kregen we via via, we weten veel meer wat ons te wachten staat en ik denk dat je leven iets minder op z’n kop staat bij zo’n tweede. Je bent gegroeid in je ouderrol. Toch zal het wel weer wennen zijn, zo’n kleine baby die niks kan. En hoe ging het ook al weer allemaal? Geen idee…

Ik vind het ook weer zo’n wonder, zo’n kleintje dat beweegt en friemelt in je buik. Zeker als ik me bedenk dat ik na mijn behandeling voor borstkanker niet wist of ik überhaupt nog wel kinderen zou kunnen krijgen. Dus ik probeer nu nog even te genieten van mijn zwangere staat van zijn en de relatieve rust met één kind en tel de weken af naar mijn verlof (nog 4) en hou u hopelijk wat vaker op de hoogte.

Warme arm

Al 5 jaar doe ik heel voorzichtig met mijn linkerarm, vanwege het feit dat mijn lymfklieren uit mijn oksel zijn weggehaald. Oppassen bij te heet douchen, grote overgangen van warm naar koud en andersom, niet naar de sauna, handschoenen aan bij afwassen en plantjes verpotten, niet te zwaar tillen, sterilon op wondjes en krassen van de kat smeren en ga zo maar door. Niet altijd makkelijk en zeker niet met een kind van anderhalf, maar tot nu toe ging het altijd goed. Ook omdat ik eens in de twee weken naar de fysiotherapeut ga, die mijn arm grondig masseert en zorgt voor een goede doorstroom van het lymfvocht. Maar de laatste weken werden we thuis opeens geplaagd door vervelende muggen.

’s Nachts werd ik lekgeprikt en overdag jeukte het als een gek en dus krabde ik aan de muggenbulten. Ik dacht er niet al te veel over na, totdat ik gisteren weer krabde aan mijn arm en dacht- he, dit is wel een heel erg grote bult geworden opeens. Ik keek in de spiegel en op mijn bovenarm zaten rode, warme vlekken. Hmmm. Foute boel.

Vanochtend belde ik dus maar de huisartsenpost en legde uit wat er aan de hand was. Ze vroegen of ik toch even langs kon komen. En zo fietstste ik daarheen, door weer en wind en wachtte vervolgens een uur in de wachtkamer (ondanks dat ik een afspraak had gemaakt) voor een consult van vijf minuten. Maar het bleek te zijn wat ik al dacht: wondroos. Een ontstoken arm dus en foute boel, helemaal als je geen lymfen meer hebt, zoals ik.

Ik kreeg een recept voor antibiotica en fietste door naar de weekend apotheek. Daar stond ik weer in de rij, terwijl twee jonge meisjes achter me het hadden over “Ze hebben hier toch wel de after morning pil he?”

Eenmaal thuisgekomen viel ik doodop neer op bed. Gelukkig kon M. Zef overnemen en kon ik even rusten. Want was en ben helemaal kapot. Pfff. Ik hoop dat die stomme wondroos snel over gaat, want ik heb hier helemaal geen zin in. Zo achtervolgt die nare ziekte mij weer op een geniepige wijze. En door die antibiotica kan ik ook nog eens geen alcohol drinken. Mooie boel. Warme boel.

APK oké

Vandaag weer bij Dr. B. geweest voor de uitslag mijn halfjaarlijkse controle en jaarlijkse mammografie en echo. Blijft toch altijd een stressvolle aangelegenheid, hoewel ik niet meer een hele dag vrij moet nemen om bij te komen. Maar toch. Buikkrampen zijn ruim aanwezig. En bij alle afspraken die ik maakte voor na deze ochtend dacht ik toch “Gaat door, tenzij de uitslag niet goed blijkt te zijn.” Die mits of maar zal denk ik altijd een beetje blijven.

Gelukkig zag het er allemaal goed uit. En aangezien ik nu vijf jaar schoon ben, hoef ik pas over een jaar terug te komen voor controle en mammografie en de hele mikmak.

Nu maar eens gaan nadenken over hoe en waar en wanneer ik mijn 5 jaar kankervrij-feestje wil gaan geven! Want het leven moet gevierd, da’s zeker!

Controle

Van de week moest ik weer voor een tietencheck naar Dr. Borgstein (a.k.a. the Borg).  Handmatig (dat betekent dat hij alleen voelt) dit keer. Dus geen foto’s of wat dan ook. Meestal ben ik wel zenuwachtig en kan ik in ieder geval moeilijk in slaap komen en heb ik de volgende dag last van m’n maag.

Maar dit keer niks van dat alles. Want dit keer was ik meer met Zef bezig dan met mezelf. Zef had namelijk de dag ervoor de 2e Mexicaanse grippriek gekregen en bleek die woensdagochtend 38.8 graden koorts te hebben. Wat nu? We besloten dat hij niet naar de creche ging en dat M. thuis zou blijven.

En dus ging ik, voor het eerst sinds 4 jaar, ALLEEN naar een controle afspraak. Al de honderden keren hiervoor had ik altijd iemand meegenomen. Want straks zou er iets zijn, en dan zat ik daar, alleen. Zoals die allereerste keer, bijna 5 jaar geleden, toen bleek dat die knobbel in mijn tiet toch niet goedaardig was.

Ik sprong op de fiets en kwam een beetje te laat aan op de Prinsengracht. Gelukkig was ik heel snel aan de beurt (want dat is het voordeel van de depandance van het OLVG op de Prinsengracht: geen lange wachttijden!) en Dr. Borgstein was als immer zijn vriendelijke zelf. Hij vroeg hoe het met de kleine was, checkte mijn bombonella’s en zei dat het goed was, waarna ik een nieuwe afspraak maakte voor volgend jaar en we elkaar fijne dagen wensten. En binnen 5 minuten stond ik weer buiten, in de kou, alleen. En dat was prima. Een kleine overwinning op mezelf en op de gebeurtenissen van (in 2010) 5 jaar geleden.

Ik belde naar huis om te vertellen dat alles goed was gegaan. M. zei dat Zef zijn koorts was gedaald en dat ze samen gezellig sufjes op de bank zaten. Met een goed gevoel fietste ik naar mijn werk, waar ik mijn collega’s op kerstkransjes trakteerde. Vanwege de goede controle. En ook, zonder dat zij het wisten maar ik wel, vanwege de overwinning van het alleen gaan.