Voorbij de boekenweek

De boekenweek is voorbij en hoewel ik eigenlijk altijd – sinds de middelbare school – een boek kocht in deze week, heb ik dat dit jaar niet gedaan. Ik liet het voorbij gaan en merkte dat ik vooral weerstand voelde als ik aan de boekenweek en het thema van ‘Moeder, de vrouw’ dacht. Het boekenweekgeschenk van Jan Siebelink hoef ik eerlijk gezegd ook niet te hebben. Ik heb nooit een boek van hem gelezen en ik denk niet dat ik het ooit ga doen. Het zijn mijn thema’s niet en er zijn nog een miljoen andere boeken die ik graag wil lezen.

Misschien komt het ook door mijn opleiding aan de Schrijversvakschool. Dat alles wat met schrijven en boeken te maken heeft dichterbij komt. Dat ik het meer op mijzelf en mijn eigen ontwikkeling betrek. En wat ik de laatste jaren bemerk, is: ik lees vooral boeken geschreven door vrouwen. Niet expres, maar meer intuïtief. Omdat ik zelf een vrouw ben en wil kijken hoe andere vrouwen hun stem laten horen. Bovendien zijn er zoveel (en steeds meer) vrouwelijke schrijvers en wat zijn ze goed! Zoals de verhalenbundel ‘Dingen die we verloren in het vuur’ van Mariana Enriquez of ‘Lampje’ van Annet Schaap of ‘Hier’ van Joke van Leeuwen. Ik lees deze boeken en voel bewondering en herkenning en word geïnspireerd. Is dat niet precies wat we zoeken in goede kunst?

Overigens kun je natuurlijk ook nu, na de boekenweek, een boek kopen! Of misschien JUIST dan. Als de rust is weer gekeerd en de hysterie is weggeëbd. Geen irritante thema’s meer maar gewoon een boek uitkiezen dat je aanspreekt. ‘Dennie is een star’ van Maartje Wortel schijnt een aanrader te zijn. Ik ga straks naar de winkel.

Advertenties

Beroep: vrouw

Ook al is de boekenweek weer voorbij, toch nog  even een stukje over wat mij is opgevallen. Namelijk dat er steeds meer aandacht lijkt te zijn voor vrouwen in de literatuur. Een goede ontwikkeling die ik toejuich. Maar…ja je voelde ‘m vast al aankomen….maar: in interviews met vrouwelijke schrijvers (schrijfster vind ik een stom woord) wordt altijd gevraagd waarom ze zo laat (lees: na hun veertigste levensjaar) zijn gedebuteerd. Dit wordt volgens mij nooit aan mannen gevraagd, zo ver ik heb kunnen nagaan. Ook al debuteren ze als ze zeventig zijn, dan is het halleluja wat geweldig. Maar bij vrouwen altijd die vraag. Niet alleen bij schrijvers maar ook bij actrices, zangeressen en andere beroepen in de kunst. Terwijl er vaak bij vrouwen honderd-en-één redenen zijn om later aan schrijven (of een ander creatief beroep) te beginnen: een andere carrière, kinderen, de overgang. Ik noem maar wat. En voor creatieve beroepen is eerst wat levenservaring wel mooi meegenomen, lijkt mij zo.

Je zou ook kunnen zeggen: wat heb je hiervoor gedaan en wat heeft je doen besluiten om nu te gaan schrijven? Of gewoon: de situatie nemen zoals die is, zonder te vragen over waarom nu. Want waarom: daarom!