Eerlijk duurt het langst

We lopen de Bruna in samen met een vriendinnetje uit zijn klas dat hij na school is tegen gekomen. ‘We gaan niks kopen hoor! Alleen even kijken.’ roep ik Z. toe. Hij knikt om te laten merken dat hij me gehoord heeft.
Uitgebreid en gretig worden er knuffels en boekjes en tijdschriften bekeken.
Dan komt de moeder van het vriendinnetje binnen, die buiten heeft staan bellen. Opeens staat het vriendinnetje blij voor mijn neus: ‘Ik mag wat uitzoeken van mijn mama. Omdat mijn ene tand eruit is, heb ik 10 euro gekregen en daarom mag het.’ en ze rent vol enthousiasme naar de hoek met de duurste spullen. Z. kijkt me vragend aan en ik schud mijn hoofd.

Het vriendinnetje heeft een dagboek met een digitaal slot uitgekozen, a €18,99. Het mag van de moeder. Ik blader ondertussen in allerlei boeken en Z. drentelt om zijn vriendin heen. ‘Nou, fijn weekend en tot maandag he!’ zegt de moeder en haar dochter huppelt blij achter haar aan.
Z. probeert het nog een keer: ‘Ah toe, mag ik niet een klein dingetje? Alleen een stickervel?’ Bijna zwicht ik maar ik besluit voet bij stuk te houden. Een nee is een nee en is dat niet het allerbelangrijkste? Consequent zijn. Ik probeer Z. uit te leggen dat niet iedereen altijd geld heeft om alles maar te kunnen kopen wat je wilt. ‘Maar je hebt toch een pa-a-asje?’ snikt hij.

Ik fiets naar huis met een huilend jongetje achterop. Nee, het leven is niet eerlijk.
 

Uit de luiers

Wat ik de afgelopen zeven jaar als moeder heb geleerd: met kinderen weet je eigenlijk nooit wanneer iets de laatste keer is. Opeens willen ze niet meer de hele tijd aan je hand naar buiten lopen of doen ze de deur van de wc voor je neus op slot, waar je voorheen met de deur open kon communiceren. Zo gaat dat nou eenmaal. Maar omdat het vaak onverwachts komt, is het soms lastig voor de ouder omdat je geen afscheid hebt kunnen nemen van iets dat voorheen zo vanzelfsprekend was.

Zo is June sinds een week opeens geheel luierloos en hoewel dat natuurlijk geweldig is, moet ik ook wennen merk ik. Ze was al meer dan een jaar overdag zindelijk gelukkig, maar nu dus ook s nachts. De nachtluier ging uit en vervolgens geen enkel ongelukje! Ze was er zelf niet eens verbaasd over en vond het meer dan logisch. Over drie maanden wordt ze alweer vier, dus het komt zeker goed uit (om het maar niet te hebben over hoeveel geld we nu wel niet besparen! Zef was pas s nachts zindelijk toen hij zes was!? nog drie jaar luiers zijn ons dus bespaard gebleven!) maar het is ook het eind van een fase. Een fase van verzorgen, verschonen en ook van een bijzondere intimiteit. Nu begint het echte opvoeden geloof ik. Waarbij ik steeds een beetje minder nodig ben. En dat is goed. Want dat is wat opvoeden is natuurlijk: zorgen dat je kind op eigen benen kan staan. Slik. Ik kan dit. Ik kan dit. Dit kan ik. Echt, het is oké. Ik denk wel dat het tijd is voor een nieuwe kat in ons huis. Dan kan ik me uitleven op het opruimen van zijn/haar drolletjes. Nu al zin in!

Amsterdam

Gesprek  in de Albert Heijn To GO tussen twee kassamedewerkers, een jongen en een meisje van begin 20:

J:”Kinderen, daar ga ik pas over nadenken als ik 35 ben of zo”
M: “Echt? Als je zo oud bent?”
J: “Ik wil sowieso niet dat mijn kinderen in de stad opgroeien. Ik ken een paar mensen die uit Amsterdam komen en die zijn echt raar.”
M: “…”
J:”En ook niet in Heerlen. Verder vind ik alles prima.”

 

 

Sinterklaas 2015

Ik vind het een leuk kinderfeest hoor,  dat Sinterklaas, maar als ouder heb je het er ook maar druk mee! Tjongejongejonge…Want mijn activiteitenlijst is deze:

  • Je speelt Sinterklaas voor je eigen kinderen: want cadeaus bedenken voor de schoen en zorgen dat ze ook op tijd (volgens de Sint kalender die Piet heeft ingevuld – via de schoen) goed en wel in de schoen zitten.
  • Volgende dag heel vroeg op want kinderen zijn benieuwd wat er in hun schoen zit…Sowieso is Zef ontzettend moe deze weken van de spanning rondom de Sint. Want hij gelooft nog wel, maar eigenlijk ook niet en spannend vindt hij het in ieder geval. Oh ja: hij had gisteren ook nog pietengym op school. Pietenpakje mee genomen. Niet eens vergeten. Applaus voor mezelf 🙂
  • Organiseren van Sinterklaas viering met ons eigen gebouw, met een stuk of 8 gezinnen. Met de buurman als de Sint en de oudere buurkinderen als Pietjes. Met boot en al en pakjes en liedjes en warme choco en de hele mikmak. Was een groot succes. Mede dankzij de goede organisatie van ons buurvrouwen comité (zat ik dus ook in :-)).
  • Vorige week heb ik pepernoten gebakken met de klas van Zef. Of nou ja, deeg gemaakt. Niet zelf bedacht hoor. Er hing een intekenlijst voor de ouders en ja, dan voel ik me toch ook een beetje verplicht om hieraan mee te doen, ook al kan ik niet zo goed bakken…Maar Zef was blij dat ik in zijn klas was en zei dan ook: “Mijn mama kan niet goed bakken, maar wel lekker koken!”
  • Vanochtend heeeeel vroeg op school vanwege de komst van de Sint aldaar. Komt ook met boot en gekleurde Pieten. Zef was in tegenstelling tot alle andere dagen heel snel aangekleed en we waren zelfs op tijd! Een meevaller.
  • Vanmiddag meehelpen met opruimen van de Sinterklaas spullen op school. Weer die verplichting. Ook best leuk. Mag Zef meehelpen.
  • En dan is morgen natuurlijk PAKJESAVOND! Met opa erbij. Gisteren de hele ochtend inkopen gedaan, daarna alles ingepakt en nu staat het allemaal klaar in de berging. Gisteravond zelfs ook al de gedichten geschreven, dus volgens mij zit ik nu helemaal op schema. De grote vraag is nu alleen: hoe krijgen we dit zak met pakjes voor de deur zonder dat de kinderen zien wie hem daar heeft neer gezet?

Ik kijk uit naar zondag. Dan hebben we het weer gehad, het hele Sint gebeuren. Gelukkig gelooft Zef niet in de kerstman.

 

Hoop in bange tijden

Tijd voor hoop in deze nu zo bange wereld. Terwijl we angstig worden gemaakt, is dat het enige tegengif. Zoals de Belgische geluksprofessor Leo Bormans dat gisteren zo mooi uitlegde bij RTL Late Night. Dat is wat de terroristen namelijk willen: angst zaaien. En het tegenovergestelde van angst is hoop.
Als er een feestdag is die gaat over hoop, dan is het wel de intocht van Sinterklaas, die vandaag plaats vond. Al die verwachtingsvolle kinderen die uitkijken naar deze dag en hopen op mooie cadeaus.

Van de week stelde Zef DE VRAAG: “Mama, sommige kinderen in de klas zeggen dat Sinterklaas niet bestaat. Dat de papa’s en mama’s de cadeaus in de schoenen stoppen. Is dat waar?”
Ik was even stil en zei: “Wat denk je zelf hiervan?”
Zef zei: “De Kerstman bestaat niet. Dat weet ik zeker. Maar Sinterklaas wel.”
“Precies,” zei ik. “Hij komt zaterdag toch aan met de boot uit Spanje. Dat kun je zelf zien. Dus dan is het waar.”
Zef was tevreden met dit antwoord en ging verder met het maken van zijn verlanglijstje. Hoopvol uitkijkend naar het Sinterklaasfeest.

DE TUIN

Het was weer een ochtend waarop Alice lang in bed bleef liggen. Het was toch vakantie?
Waarom zou ze dan überhaupt voor 9 uur haar bed uit komen? Ze hoefde niet naar school, haar ouders waren op reis en ze had nergens zin in. Nou dan!

Oma was al sinds vroeg in de moestuin bezig geweest met schoffelen en onkruid wieden en riep nu of Alice ook even mee kon helpen omdat Oma last van haar rug kreeg.

“Pff, nu al?” riep Alice terug. “Ik moet nog douchen.”
“Dat doe je dan straks maar” riep Oma Dora terug. “Ik heb je nu nodig liefje!”

Zuchtend en steunend trok Alice haar lievelings T-shirt (die witte met de kersen erop), haar tuinbroek en haar groene laarzen aan en sjokte richting moestuin. Nu ze toch op was gestaan, kon ze net zo goed haar record oefenen.

De zon scheen fel en brandde in haar gezicht. Met haar hand boven haar ogen zocht ze waar Oma was.

“Joe-hoe! Hier! Ik ben hie-ier!” hoorde ze van achter de bessenstruiken.
“Pak maar een mandje uit de schuur en pluk even wat tomaatjes, wil je lieverd?” hoorde ze vanuit de struiken.

“Ja oma, ik kom zo. Ik moet eerst nog m’n record verbreken!”

Ze haalde de stopwatch uit de zak van haar tuinbroek en ging met ingehouden adem, haar ogen dicht en haar rug tegen de deur van de schuur staan en telde af van 10 naar 0. Bij nul ademde ze uit en drukte op het knopje van de stopwatch in haar hand. De eerste vijf stappen kon ze met haar ogen dicht makkelijk zetten zonder ergens tegen aan te lopen. Maar dan werd het lastig. Er lag een steen vlak naast de ingang van de moestuin om het hekje goed dicht te houden tegen de konijnen, maar daar liep ze eigenlijk altijd tegenop als ze deze oefening deed.
Au, ja daar was de steen al. Ze deed één oog voorzichtig open en stapte naar rechts. Als ze tegen de steen aanliep, dan was ze dus te veel naar links afgebogen. Ze kneep haar beide ogen weer stevig dicht en zuchtte diep. Ze moest en zou haar record halen van drie minuten en 55 seconden. Rustig maar vast beraden liep ze verder terwijl ze goed probeerde te luisteren waar ze was. Als de schapen nog ver weg klonken dan was ze nog niet op de helft. Maar zodra de schapen goed te horen waren wist ze dat ze goed liep en ook op moest passen voor de wollige medebewoners van het eiland.

“Lukt het lieverd?” hoorde ze Oma vanachter de struiken roepen. “Ik heb wel zo de tomaatjes nodig.”

“Ja-haa, laat me nou” riep Alice geïrriteerd terug. Oma snapte niet dat ze elke dag moest oefenen. Alleen dan zou haar record op drie minuten en 55 seconden vol kunnen houden.

Twee

We waren met z’n tweeën. Papa heeft het er nooit over maar soms als mama me ‘s avonds naar bed brengt, vertelt ze iets. Soms veel, soms een beetje. Met ingehouden adem lig ik dan te luisteren en hoop dat ze niet meer stopt. Of het allemaal waar is wat ze zegt, weet ik eigenlijk niet, want ik durf het niet te vragen.

Het verhaal begint altijd zo: eerst was ik een klein zandkorreltje. Niet meer dan dat. En ik groeide en groeide en werd zo groot dat ik er uit moest. Toen ik twee zomers had meegemaakt, kwam zij. Mijn zusje. Zij was ook eerst een zandkorreltje. Maar toen ze er uit kwam, was het winter en was het eten bijna op. Bovendien was ze een meisje. Daar was papa niet blij mee.

Dat is altijd het moment dat mama stil valt. Ik durf niks te zeggen en wacht tot ze weer verder gaat.

‘Het is lang geleden jongen’ zegt mama dan vaak. Haar ogen zijn groot en donker en ze staart naar iets heel ver weg. Dan weet ik dat ze niet meer verder gaat vertellen.

Maar als ze ‘Ze was zo mooi en had prachtige zachte, zwarte haartjes’ zegt, dan gaat het verhaal gelukkig verder.

‘Papa wilde dat ik een gat zou graven en haar erin zou leggen. We zouden namelijk snel weer verder trekken om eten te zoeken en dan zou zij achter blijven. Ik wilde dat niet. En zo lag ik nachten lang wakker waarin ik probeerde te bedenken wat ik kon doen. Ik wist het niet en werd steeds moedelozer. Totdat die meneer kwam.´

Dit is altijd het punt dat ik mijn moed verzamel om vragen te stellen. Want ik wil het allemaal weten. ‘Welke meneer mama? Hoe zag hij eruit? Waar kwam hij vandaan? Waar nam hij haar naartoe?

Mama zegt dan alleen: ‘Hij was aardig en rustig. Die meneer. Hij lette op de walvissen en zou weer terug gaan naar het Zuiden. Hij zei dat hij haar altijd zou beschermen en ik geloofde hem. Meneer heeft haar meegenomen. Je zusje. Ze is nu veilig. Ga nu maar lekker slapen lieve jongen, het is al laat.’ Ze geeft me nog een kus en stopt me in.

s Nachts droom ik over een zusje met lange zwarte haren die naar me lacht en die ik ooit, ooit ga vinden.