Lees je mee?

Ik: “Wat ben je aan het doen June? Tekenen?”
June: “Ikke, niet te-ke-len, ikke schrij-ven!”

“Oh prima.” zeg ik. Dan schrijf ik zelf wat op en zegt ze:

“Mama, he, jij ook schrijven!”

Ja ik probeer te schrijven inderdaad. Ik probeer zelfs een kinderboek te schrijven. Pfoe, zo het hoge woord is eruit en meteen mijn coming out hier op mijn eigen blog. Doodeng. Maar misschien helpt het om wat meer vaart erin te krijgen. Dat jullie me kunnen helpen om te zorgen dat dat boek ook echt af komt! Want ik vind het behoorlijk moeilijk om tussen de bedrijven door (werk, kinderen, gewoon het leven in het algemeen!) de concentratie, focus en discipline op te brengen om het verhaal dat ik in mijn hoofd heb daadwerkelijk op papier te krijgen. Zoals al die honderden andere mensen die dezelfde droom hebben…

Dus stap 1: meer schrijven en ook op dit blog. Misschien zelfs wel af en toe een stukje uit mijn ‘work in progress’. Lezen jullie mee? Dat lijkt me fijn.

Advertenties

De geur van een avondje uit

Omdat ik vond dat ik mezelf mocht trakteren op iets leuks (over de reden in een volgend stukje meer…), kocht ik een armbandje bij de nieuwe Topshop. Maar deze bleek ontzettend naar plastic te stinken. Made in China he…Dus net nadat de kinderen op bed lagen, sprayde ik wat parfum op de armband, om de wee-ige geur weg te krijgen.

“Gaat mama naar een feestje?” hoorde ik Zef aan z’n vader vragen, nadat ik vanuit de badkamer langs zijn kamer liep. “Nee hoor, niet dat ik weet” zei M. “Maar het ruikt wel zo!” zei Zef

Daarna wilde June nog wat drinken en bij binnenkomst in haar kamer zei ze: “Mama heeft lippenstift?”

Ik bracht de avond op de bank door met thee en chocola, maar met de geur van een avondje uit.

Buiten spelen

Wij zijn geen gezin dat goed buiten kan spelen. Elke keer weer doen we een poging maar die eindigt altijd in gehuil van de kinderen en irritatie van onze kant. Zucht.

Zo proberen we Zef (over drie dagen 6 jaar oud!) al een jaar te leren fietsen, maar het schiet totaal niet op. Hij ziet er het nut simpelweg niet van in. Bovendien is hij bang om te vallen bij elk takje dat op de weg ligt en geeft hij heel snel op. Ook kwamen we erachter dat de fiets die hij voor zijn 4e (!!) verjaardag had gekregen echt alweer veel te klein was. Dus een nieuwe (2e hands) fiets op de kop getikt en vol goede moed deden we zo enthousiast mogelijk over het leren fietsen. Zef zag er naar uit om op zijn nieuwe fiets te rijden en vroeg dus de hele tijd: “Wanneer gaan we fietsen? Ik wil zo graag fie-ie-ietsen! Wanneer gaan we fietsen?”

Zondag aan het eind van ochtend was het eindelijk zo ver. Met June op haar driewieler en Zef op zijn fiets togen we naar buiten. Maar ja, het ging natuurlijk niet snel genoeg – want om te kunnen fietsen moet je oefenen – en na twee pogingen was meneer er wel weer klaar mee, ook al ging het best redelijk. Hij vertikte het om nog meer te oefenen. Daarna stapte hij van de fiets, verstapte zich en schoot er iets mis bij zijn knie. Waardoor hij huilend en strompelend weer naar huis wilde. June wilde steeds JUIST op de grote fiets van Zef maar viel er vanaf omdat deze veel te groot is voor haar. Dus uiteindelijk gingen we maar weer naar binnen met twee huilende kinderen. Zucht. Nee, buiten spelen en wij, het is geen goede combinatie.