We zijn er nog niet, maar we zijn onderweg

Moe en verdrietig kom ik thuis, na een lange dag werken en daarna mijn dagelijks bezoek bij M. in het ziekenhuis. De operatie is gelukkig goed gegaan, maar de tweede keer volledige narcose in een week heeft er duidelijk ingehakt. Hij ligt er bleek en onrustig bij. Af en toe wordt hij wakker en is dan verbazingwekkend helder, waarna hij weer snel weg dommelt.

Bij thuiskomst ben ik eigenlijk al over mijn honger heen, maar met moeite werk ik een kom soep en wat brood naar binnen, omdat er toch gegeten moet worden. Ondertussen hoor ik op de achtergrond flardes van het concert dat op de Kop van het Java eiland wordt gegeven, door Acda & de Munnik, Van Dik Hout en De Dijk. Oh ja, denk ik, daar hadden we kortingskaarten voor kunnen krijgen, als bewoners van het eiland. Helemaal vergeten.

Aangezien ik wel wat zuurstof kan gebruiken, besluit ik na het eten maar eens een kijkje te gaan nemen op de Kop. Er staat een stevige wind, zoals eigenlijk altijd op het eiland. Als het hier een keer níet waait, dan valt het op. Meeuwen hangen stil in de lucht, deinend op de windvlagen.

Op de Jan Schaefferbrug staan diverse andere buurtbewoners naar het tafereel te kijken. Wachtend op de volgende band, zie ik in het gras onder het begin van de brug een zwarte kat behoedzaam door de hoge pluimen lopen. De begintune van De Dijk begint en ik volg de kat, die door de muziek nu op een soort geheime missie lijkt te zijn. Een James Bond-kat, On Her Majesty’s Secret Service. 

De Dijk komt op en zet het eerste nummer in: We beginnen pas, met het o-zo-toepasselijke refrein “Alles komt terecht. We zijn er nog niet. Maar we zijn onderweg” Ik slik en denk “Ik hoop zó dat dit waar is! Laat het alsjeblieft waar zijn!”

Advertenties

Nacht van de Glamrock

Voor mijn verjaardag, ongeveer een maand geleden, kreeg ik van enkele vrienden kaartjes voor de NACHT VAN DE GLAMROCK in Paradiso, voor mij en M. Ik was hier erg blij mee, vooral omdat ik weet dat deze vrienden zelf niet enorme glamrock-liefhebbers zijn over het algemeen, maar dus wel hadden bedacht dat ik het zou waarderen.

Zelf ben ik te jong om de Glamrock periode te hebben meegemaakt maar het is muziek die mij altijd heeft aangesproken. De combinatie van mooie en lekkere muziek met veel glitter en glamour raakt iets in mij, wat mij zowel blij als melancholisch maakt. Lekker rocken met een knipoog, uitbundig (ver)kleden, veel make-up, hoge gillende noten, snoeiende gitaren. Dat zijn nou nog eens dingen waar je me wakker voor kunt maken. Dat begrepen mijn vrienden maar al te goed.

Zodoende ruilde ik mijn dienst, haalde mijn plateauzolen uit het vet en verheugde me op dinsdag de 24e. Maar toen gebeurde zaterdag het ongeluk. En kon lieve M. begrijpelijkerwijs niet mee.

Eerst wilde ik niet gaan. Maar bedacht me vervolgens dat afleiding ook belangrijk is, juist nu. Dus vroeg ik vriendin E. mee (die het cadeau o.a. gegeven had) en togen we naar Paradiso.

Wat als eerste opviel, was dat wij een stuk jonger waren dan de rest van het publiek. De gemiddelde leeftijd lag echt tussen de 45 en 50 jaar. Met onze 30-something waren wij de jonge blommen van het bal. Verder veel nette heren en nette dames die naarmate de avond vorderde steeds meer uit hun dak gingen. Paradiso zat op deze dinsdagavond bomvol en vanaf het allereerste begin zat de sfeer er goed in. Iedereen zong met elk nummer uit volle borst mee, danste, sjanste (we hadden flink wat bekijks van de nette heren) en was opvallend aardig.

De band speelde strak en de diverse Nederlandse artiesten die de nummers zongen, waren ontzettend goed op dreef en genoten van het enthousiaste publiek. Enkele hoogtepunten van de avond: Loes Luca die “Can The Can” van Suzi Quatro zong, misschien zelfs beter dan Suzi zelf (zoals Rick de Leeuw, die de presentatie deed, zei) en later “Crodocile Rock” met een Elton John-bril op; Jim de Groot met zijn vertolking van “Walk On The Wilde Side” waarbij hij een dansje deed met enkele mensen uit het publiek, Tjeerd Bomhof (van Voicst) die met zijn arm in een mitella (hij schijnt zijn elleboog gebroken te hebben- de hele zaal zei “Aaaah” toen hij op kwam) over het podium zwierde en als jongste van het stel de zaal totaal op z’n kop zette.

E. en ik hadden een erg leuke avond en hopen dat als wij in de 40 of 50 zijn, we ook nog steeds zo uit ons dak kunnen gaan als het aanwezige publiek. Ik werd er blij van, en dat kon ik wel even gebruiken. ‘Cause I love rock ’n roll, put another dime in the jukebox baby! 

I’m On Fire

Het is alweer drie dagen geleden dat ik bij het concert van Bruce was (wij fans mogen hem gewoon Bruce noemen, dat is natuurlijk logisch). Ik ben er altijd zo vol van, dat het me een paar dagen kost om mijn indrukken op een rijtje te krijgen.

Het was sowieso fantastisch. Dit was de 8e (!!) keer dat ik naar Bruce Springsteen ging en ik kan mij niet heugen dat daar een teleurstellend concert bij zat.  Zelfs niet toen hij vorig jaar herstellende was van de griep.

Het was vooral heel fijn dat het dit keer zo dichtbij was! In de Amsterdam Arena! Vriendin V., mijn trouwe Bruce bondgenoot, en ik, zijn nog nooit zo relaxed naar een Bruce concert gegaan. Metro in, metro uit, stukje lopen, je bent er. We voelden ons erg volwassen concertgangers, want 5 jaar geleden zaten we nog uren voor een stadion zodat we in de ‘pit’ konden komen. Het was natuurlijk wel jammer dat we nu niet in de pit waren, want dan had ik de man en de E-street Band ook daadwerkelijk kunnen zien, en niet alleen horen. Want tja, ik ben niet echt lang en zo op het veld zag ik eigenlijk helemaal niks. Maar lang leve de video schermen! (zie bijgevoegde telefoon foto)

Wat opviel was dat het publiek veel jonger en hipper was dan meestal bij zijn concerten, waar de houthakkersblouse vaak de standaard outfit is. Tja, Amsterdam he 😉

Bruce had er duidelijk ook zin in. Hij was ontspannen, deed heel veel verzoeknummers en legde veelvuldig contact met het publiek. Wat ik altijd zo bijzonder vind aan zijn concerten, is dat je het gevoel hebt dat hij dit speciaal voor jou doet, ook al ben je 1 van 40.000 mensen in het stadion. Alsof een oude vriend op bezoek komt en liedjes voor je zingt, zo voelt het.

We zongen, we dansten, we genoten, we lachten, we waren ontroerd. Het was weer een onvergetelijke avond van mijn jeugdheld. Nu weer terug naar het echte leven.