Hey! Get out of my way

Of het aan mijn leeftijd, mijn slaapgebrek of toch aan anderen en niet aan mezelf ligt: de irritatiegrens ligt hoog tegenwoordig. Bij mij dan. Maar ook bij anderen en vooral in het verkeer. Waar ik dus echt niet tegen kan: mensen die de hele tijd vlak achter je blijven fietsen en niet inhalen als je inhoudt. Super irritant! En dan ook nog eens heel hard hoesten achter je. Echt, bloed onder m’n nagels.

En nog zoiets: ouders die voor de deur van de opvang staan om hun kroost op te halen en niet opzij gaan, zelfs geen millimeter, als ik er langs wil met de fiets met daarop twee kinderen. Het zijn overigens vooral vaders die dit (niet) doen, is mijn ervaring. En maar blijven staan alsof hun neus bloedt, want ze komen HUN kinderen ophalen en de rest van de wereld moet daarvoor wijken. Zucht.

Waar zijn de aardige, empathische, vriendelijke, nee-hoor-geen-probleem-mensen gebleven? Ik mis ze.

Open Dag

Er zitten al wat dames op leeftijd als ik druipend van de regen de kleine koffiekamer betreed. Aan een vrouw van de school die ons welkom heet, vraag ik of mijn mascara tot aan mijn kin is afgezakt. ‘Je ziet er prachtig uit.’ zegt ze. Of dat betekent of mijn mascara inderdaad overal zit of juist niet weet ik nu niet, maar ik besluit dat het niet uitmaakt. De dames op leeftijd hebben het over welke schrijfboeken door vrouwen zijn geschreven. ‘Kristien Hemmerechts. Ken je haar? Die heeft ook veel bijzondere dingen hierover op papier gezet.’

Met een kopje warme thee en een natte jas schuifel ik naar de ontvangstkamer waar al wat andere mensen klaar zitten. Vaders met dochters van in de twintig, dames van rond de vijftig, wat mannen en vrouwen van in de dertig of veertig – zoals ik – en een jongen die eruit ziet als zeventien. Ik zit op de stoel achter hem en hij ruikt naar Red Bull. Zenuwachtig kijkt hij de kamer rond. Ik voel me oud en jong tegelijk.

Eindelijk begint de introductie van de directeur. Hoe meer hij vertelt over de opleiding, hoe enthousiaster ik word. Ik wil dit ook. Hoe hard werken het ook is.

Daarna hebben we een proefles met een groepje van tien mensen. IJverig pennen ik en de anderen een uur lang mee met de opdrachten die we krijgen. Dan is het alweer afgelopen helaas. Hongerig storten we ons op de broodjes in de ontvangstkamer waarna we schuchter een gesprekje beginnen over of we ons aan gaan melden of niet. Ik spreek de docente die de proefles gaf. Een grande dame die alles wel eens meegemaakt schijnt te hebben. ‘Gewoon opgeven joh!’ zegt ze hartelijk.

Door de regen fiets ik heel blij weer naar huis.

Voornemens voor 2017

Die heb ik. Best veel ook. Zoals: meer dansen! En: opnieuw rijlessen nemen zodat ik eindelijk weer de weg op durf…En: positiever in het leven proberen te  staan! En vooral ook: meer schrijven! Ga nu niet die hele lijst met voornemens opnoemen, maar twee ervan heb ik vandaag – op mijn 1e werkdag na drie weken weg (eerst bijna twee weken ziek(ig) en daarna een week echt vrij) – al meteen in de praktijk gebracht en dat voelt goed.

De eerste: meer bewegen. Dus ben ik in de middag naar buiten geweest ook al miezerde het en heb ik een flink ommetje gemaakt. Goed voor alles: bloedsomloop, stoelgang, humeur en de lijn.

En het andere voornemen is: minder geld uitgeven. Ik werk midden in de stad en het is daarom heel verleidelijk om tijdens het ommetje ook meteen even te winkelen en dingen te kopen die ik geheel en al niet nodig heb. Dus nam ik bij het ommetje vanmiddag mijn portemonnee NIET mee. Het voelde raar en ik had wel wat afkickverschijnselen merkte ik, maar het is een begin. Tijdens het ommetje dacht ik: zal ik me dan ook meteen voornemen om de hele maand januari niets te kopen wat ik niet écht nodig heb? Of is dat dan weer teveel gevraagd en moet ik de lat niet al te hoog leggen? Hoe dan ook, het begin is er. Happy New Year lieve lezers en jullie ook succes met de goede voornemens. Of zijn ze meteen al in de eerste week gesneuveld?

Elk nadeel heb z’n voordeel

Ik had de griep. Echt de ouderwetsche griep met koorts, keelpijn, koude rillingen en overal pijn. Dat was lang geleden en erg ellendig. Na vier dagen zweten en nauwelijks eten, bleek er toch een voordeel te zijn: ik was afgevallen! Zoals hoofdpersoon Emily in The Devil Wears Prada zegt:’I’m just one stomach flu away from my goal weight.’ En dat bleek ook zo te zijn, want toen ik vandaag na vier dagen eindelijk weer had gedoucht (en zo lang dat het putje verstopt raakte en de halve badkamer overstroomde…), pakte ik een broek uit de kast en dat bleek mijn skinny jeans te zijn. Je weet wel, die ene die ik jaren niet aan kon, maar nu opeens wel. Ik voelde me Miranda in Sex and the City die na jaren haar broek weer aan kan. Opeens was ik dus weer op het gewicht dat ik had voor mijn twee zwangerschappen. Mijn gewicht van acht jaar geleden! In het grotere geheel der dingen maakt het allemaal niet zoveel uit, maar voor mij wel. En als mijn keelpijn echt weg is kan ik eindelijk binge-etend de kerst en het nieuwe jaar in. Ik trek die riem wat strakker aan en gaan met die banaan Swaan! Kom maar op met dat tien gangen diner.

Nooit meer slapen

Ik was vergeten hoeveel slapeloze nachten die november en decembermaanden met zich meebrengen. Eerst is er de wintertijd. Voor de meeste mensen een uur erbij, maar kleine kinderen zijn juist een uur EERDER wakker. Dus dan mis je al een uurtje.

Dan is er Sint Maarten. Heel leuk en lief: met je lampion liedjes zingen en langs de deuren snoep ophalen. Maar daarna mogen ze nog een snoepje (of  twee…) uit de buit opeten en dus slapen ze pas heeeel laat vanwege de sugar rush. En uitslapen de volgende dag, ho maar.

En dan komt de Sint in het land. Ook altijd een spannende tijd. Vooral voor Zef blijkt. We moeten stipt om 18.00 uur klaar zitten voor het Sinterklaasjournaal anders is het paniek bij die jongen. En ook al kijken ze de uitzending de volgende dag op school en later nog op de iPad, toch moet het hele gezin op de bank om 18u. Wel heel leuk dat we dat nog hebben, in deze tijden van on demand TV. Zal Zef later met enige nostalgie op terug kijken, hoop ik.

Dan is er de intocht in Amsterdam. Die bleek ook voor zenuwen te zorgen en er was bij Zef stress over waar het beste plekje was om te staan. Met hier en daar een huilbui stonden we uiteindelijk goed en werden er zelfs nog pepernoten gevangen.

En dan s avonds eindelijk: het zetten van de schoen. Appel erbij voor het paard en een bakje water. Eerst kon Zef niet in slaap komen van de zenuwen dus las hij nog wat in bed. En vervolgens werd hij elk uur wakker om te vragen of het al tijd was om op te staan. Om 3 uur s nachts jammerde hij: ‘ Wanneer is het nou eindelijk tijd? Ik ben zo benieuwd!’ Hij werd afgewisseld door zijn zus die ook steeds vroeg of ze er al uit mocht.

Om 6.30 uur was het dan eindelijk zo ver. Ze mochten opstaan en in hun schoen kijken. Ik geloof dat ze blij waren met de buit. Voor ons was het de hoogste tijd voor koffie. En dan moeten we nog een paar weken! Gaap…

Note to self: water geven

Tien jaar geleden zei een coach tegen mij: ‘Je plant wel zaadjes, maar je geeft ze geen water.’ Een opmerking die enorm is blijven hangen en af en toe als een oplichtende reclame slogan door mijn hoofd schiet.Want het is nog steeds op mij van toepassing, vrees ik. Heb ik dan niks geleerd in die tien jaar? Natuurlijk wel. Hoop ik…Maar de  dingen die ik echt graag wil, die stop ik blijkbaar in de aarde en dan wacht ik af. Totdat iemand anders ze water geeft. En dan kun je lang wachten, als u begrijpt wat ik bedoel.

Zo probeer ik al twee jaar mijn kinderboek op papier te krijgen en op de een of andere manier wil dit zaadje maar niet groeien. Maar om het nou met pot en al weg te gooien? Nee, dat vind ik zonde. Dan maar een nieuw zaadje planten? Of een oud verschrompeld plantje verzorgen en kijken of deze wel wil bloeien?

Hoe dan ook. Ik zit even vast wat het schrijven betreft. Vandaar de weinige stukjes hier. Maar ik geef niet op! En beloof mijn plantjes beter te verzorgen! Want in het echte leven heb ik juist groene vingers. Niet gelogen. Niets leuker dan een echt zaadje in de grond te stoppen en het plantje zo te verzorgen dat het mooi groeit en bloeit. Nu dit nog toepassen op mijn andere ambities…

 

Blog etiquette

‘Zoveel te doen. Ik heb nog zoveel te doen’ – dat zinnetje spookt door mijn hoofd. Ik wil steeds wat schrijven hier (al 2 maanden niet gedaan!) maar dan ben ik: te moe, te druk, te ontspannen, te geirriteerd, of is het toch echt te laat of dan weer veel te vroeg, etc. bla bla bla. Allemaal smoesjes natuurlijk. En volgens mij bega ik nu ook een blog faux pas:  namelijk nooit zeggen waarom je niet geschreven hebt! Maar gewoon weer een nieuw stukje schrijven. Dus bij deze dan. En dat ik maar snel weer terug mag komen hier. U ook? Beloof ik dat het de volgende keer wel echt ergens over gaat.