Verhalen zonder vader

Vandaag is de eerste verjaardag van mijn vader zonder mijn vader. Vorig jaar werd hij zowaar tachtig jaar en was hij erg trots dat hij deze hoge leeftijd bereikt had, ondanks zijn – al jaren – slechte gezondheid. Ik maakte toen kippenleverpaté voor hem in de vorm van een 8 en een 0, zoals het een goede dochter betaamd voor haar Joodse vader.

80 pateMijn vader was naast schrijver vooral ook een verhalenverteller. Vrienden en bekenden kwamen graag bij ons langs om uren lang naar zijn verhalen te luisteren. Hij aan de keukentafel, met een sigaret in zijn ene hand en met zijn andere hand zijn verhaal kracht bijzettend. Als kind werd ik daar knettergek van, want ik kwam er voor mijn idee nooit tussen als IK iets te vertellen had. Toch vond ik de verhalen ook mooi en zitten er nog  heel veel in mijn hoofd, die hij door de jaren heen steeds opnieuw vertelde.

Zoals het verhaal dat hij altijd rond zijn verjaardag opdiste: dat zijn moeder hem altijd vanuit Amerika opbelde om hem te felicteren en dan het volgende zei, als hij bijvoorbeeld 42 jaar was geworden: ’42 years ago I wasn’t feeling too well’. Haar Jiddische momme manier om te laten weten dat zijn bevalling nogal lang had geduurd. Om precies te zijn 48 uur. En dat hij haar daar best eens dankbaar voor mocht zijn.

Hij is er helaas niet meer om deze verhalen door te geven, dus dan moet ik het maar doen. Bij deze. Happy Birthday papa wherever you are.

Papa op de trap
Papa on the stairs – William Levy

Voorbij de boekenweek

De boekenweek is voorbij en hoewel ik eigenlijk altijd – sinds de middelbare school – een boek kocht in deze week, heb ik dat dit jaar niet gedaan. Ik liet het voorbij gaan en merkte dat ik vooral weerstand voelde als ik aan de boekenweek en het thema van ‘Moeder, de vrouw’ dacht. Het boekenweekgeschenk van Jan Siebelink hoef ik eerlijk gezegd ook niet te hebben. Ik heb nooit een boek van hem gelezen en ik denk niet dat ik het ooit ga doen. Het zijn mijn thema’s niet en er zijn nog een miljoen andere boeken die ik graag wil lezen.

Misschien komt het ook door mijn opleiding aan de Schrijversvakschool. Dat alles wat met schrijven en boeken te maken heeft dichterbij komt. Dat ik het meer op mijzelf en mijn eigen ontwikkeling betrek. En wat ik de laatste jaren bemerk, is: ik lees vooral boeken geschreven door vrouwen. Niet expres, maar meer intuïtief. Omdat ik zelf een vrouw ben en wil kijken hoe andere vrouwen hun stem laten horen. Bovendien zijn er zoveel (en steeds meer) vrouwelijke schrijvers en wat zijn ze goed! Zoals de verhalenbundel ‘Dingen die we verloren in het vuur’ van Mariana Enriquez of ‘Lampje’ van Annet Schaap of ‘Hier’ van Joke van Leeuwen. Ik lees deze boeken en voel bewondering en herkenning en word geïnspireerd. Is dat niet precies wat we zoeken in goede kunst?

Overigens kun je natuurlijk ook nu, na de boekenweek, een boek kopen! Of misschien JUIST dan. Als de rust is weer gekeerd en de hysterie is weggeëbd. Geen irritante thema’s meer maar gewoon een boek uitkiezen dat je aanspreekt. ‘Dennie is een star’ van Maartje Wortel schijnt een aanrader te zijn. Ik ga straks naar de winkel.

Thuis

Het is een rare gewaarwording om al bijna drie maanden thuis te zitten met een hernia. Ik kan liggen en ik kan (een tijdje) zitten, maar lang staan en lopen blijven een uitdaging, hoewel het met de dag beter gaat gelukkig.

De wereld trekt in een traag tempo aan mij voorbij en ik maak dingen vaak maar zijdelings mee. Ik merk ook: hoe minder je doet, hoe minder je doet. Sta je vol in het leven, met bakken energie, dan kun je er vaak nog wel even wat bij hebben. Maar als je steeds heel veel pijn hebt en je energie is beperkt, dan moet je per dag bedenken wat wel en niet kan. Wel naar die ene afspraak is niet daarna nog boodschappen kunnen doen, hoe graag ik ook zou willen. Ik kijk benijdenswaardig naar mensen die zomaar heen en weer lopen of rennen, zonder hierbij na te denken.

Gelukkig brengen de kinderen regelmaat en reuring met zich mee. Gelukkig heb ik een lieve man die de boel oppakt en (bijna) alles doet wat er gebeuren moet. Daarnaast worden de kinderen (noodgedwongen) steeds zelfstandiger en blijken ze toch de tafel af te kunnen ruimen, zelf brood te kunnen halen en de was te kunnen sorteren.

En, ik schrijf waar ik kan. Een keer per week verzamel ik al mijn energie en ga ik naar mijn les aan de Schrijversvakschool. Ondertussen ploeter ik ook voort aan mijn kinderboek in wording, dus helemaal stil zit ik niet. Althans, niet in mijn hoofd. Zo. Zijn jullie weer op de hoogte. Tijd om weer even te gaan liggen.

Jubileum plaquette

Vandaag is voor mij een bijzondere dag. Het begin van een nieuw leven, de markering tussen daarvoor en daarna. Het einde van de onschuld en het begin van de onzekerheid. Want vandaag  precies dertien jaar geleden had ik mijn allerlaatste behandeling tegen borstkanker: voor mij een bijzonder jubileum. Een dag om stil te staan bij het feit dat ik er, ondanks alles, nog ben! Hoera! Negen jaar geleden (!) was ik nog niet zo lang moeder en vierde ik het zo: 17 oktober 2009

Dit jaar gaat M. met Zef en twee vriendinnen naar de opening van Cinekid en zit ik bij de zwemles van June, waarna ik doorsjees naar mijn les bij de Schrijversvakschool. Alive and kicking dus!

Bij het woord jubileum moet ik overigens altijd aan deze sketch – zie onder –  van Van Kooten en de Bie denken en kan ik het woord alleen nog maar zo uitspreken: jubileuuum. En 12,5 of 13 jaar is ook bijna hetzelfde toch? Misschien ook tijd voor een penning of plaquette alhier. Ik zal eens vragen of de kinderen wat moois in elkaar kunnen flansen vandaag.

Driewerf hoera!

Van Kooten en de Bie – Jubileum plaquette

Het schrijfweekend

Omdat ik geen auto rijd (heb wel ooit mijn rijbewijs behaald maar nooit echt goed leren rijden, waardoor ik het nu niet meer durf) vertrok ik met bus, trein en daarna weer een bus naar het fijne huisje van vrienden voor een schrijfweekend. Het kostte mij 2,5 uur reizen maar dan heb je ook wat. Nu had ik ook nog een kater vanwege het onverwacht leuke feestje van de avond ervoor, dus de reis was een eh…uitdaging. Gelukkig was ik in mijn eentje dus viel ik niemand lastig met mijn chagrijn. Ergens halverwege voelde ik ook dat ik moest plassen maar ik dacht: ik ben er zo, nog even volhouden. Uiteindelijk kwam ik uitgeput en bijna in mijn broek plassend aan, maar haalde ik de wc net op tijd. Om daarna meteen de fiets te pakken naar de supermarkt bij de camping om de hoek. Die bleek tot 18.00 uur open te zijn. Het was 17.50 uur. Als een razende snelde ik door de winkel op zoek naar avondeten, ontbijt en lunch. Op de terugweg bleek mijn achterband lekkig maar toch wist ik fietsend met de zware tas aan het stuur het huisje te halen. Weer een overwinning.
Dat ik er niet helemaal bij was, bleek daarna wel toen ik een bord liet vallen (nog heel maar wel kleine stukjes eraf…) en daarna per ongeluk het koffiezetapparaat aangezet bleek te hebben waar ik gelukkig op tijd achterkwam. Ik praatte ondertussen steeds meer tegen mezelf. Dat doe ik sowieso al maar hier ging ik mezelf ook met mijn eigen naam toespreken. Dat was nieuw. Het was duidelijk tijd voor wijn. En inderdaad, na een glaasje ging het een stuk beter met mijn kater en met mijzelf. Ik stak de open haard aan en constateerde tevreden dat het een goed weekend zou gaan worden. Wel heel jammer dat het blijkbaar het weekend is van ‘We-knappen-ons-buitenhuisje-op’ want gisteravond werd er verderop tot laat geschuurd of gefreesd of hoe het ook heet maar het maakt enorm veel lawaai! En vanochtend begonnen ze om 8.00 uur in het huisje recht tegenover mij iets met een graafmachine te doen dat oorverdovend was. Maar ik laat me niet kisten: muziek aan, koffie erbij en hop: aan de schrijverij!

 

Schrijven

Er hangt al een paar jaar een briefje in mijn badkamerkastje en elke keer lees ik het en denk: ja ja, het zal wel. Maar toch, maar toch. Het hangt er niet voor niks. Sterker nog: ik heb het briefje al tien jaar! Daar kwam ik gisteren achter. Al tien jaar heb ik dit briefje om me eraan te herinneren dat ik er nog ben en dat ik moet gaan doen wat ik echt wil. Dit briefje heb ik niet zelf bedacht maar kwam voort uit een coachingstraject dat ik deed nadat ik borstkanker had gekregen op zeer jonge leeftijd. Mijn coach vond dat ik moest uiten wat ik echt wilde. Want zoals ze destijds zei: ‘Je hebt een vroege midlifecrisis. En nu moet je uitzoeken wat je wilt gaan doen.’ En dit briefje moest mij eraan helpen herinneren dat ik ervoor moest gaan, wat het ook was dat ik wilde gaan doen.

Wat ik wilde doen, bleek dus schrijven te zijn. Zodoende begon ik ook deze blog tien jaar geleden (!?) Maar…daar tussendoor kwam het leven: een heftig ongeluk, eerst het ene en toen het andere kind, het overlijden van mijn lieve schoonmoeder, een bruiloft en snel daarna een verhuizing, een metalen plaat op mijn hoofd, een hernia. Ondertussen ook allerlei banen gehad, overspannen geweest en de kinderen levend proberen te houden. Nu ja, ik was dus wel even zoet met andere dingen, is zoals u begrijpt een understatement.

Maar, sinds september vorig jaar zit ik op de Schrijversvakschool (ik was zooooooooooooooo blij toen ik de mail kreeg dat ik was aangenomen!) en doe ik eindelijk eindelijk wat ik echt wil doen: (meer) schrijven! Het is zwaar, twee avonden les in de week en opdrachten en deadlines en feedback verwerken en herschrijven naast m’n werk en het gezinsleven, maar ik doe nu eindelijk wat ik tien jaar geleden op dit briefje schreef. Dus ergens heeft het toch zin gehad. Want wie schrijft, die blijft. Of zoiets. Nu gezond blijven. En blijven schrijven. Lezen jullie dan mee? Dat zou ik fijn vinden.

briefje schrijven

Geduld

Het grootste misverstand over het ouderschap is wat mij betreft het idee dat ouders eindeloos veel geduld hebben. Dat heb ik dus niet, of nou ja heel weinig. Dat geduld. En ik kan je vertellen: ook dat weinige geduld wordt danig op de proef gesteld. Dat is nou eenmaal wat kinderen doen: kijken of ze niet TOCH dat snoepje mogen of TOCH nog langer op de iPad. Nou heb ik naast dat weinige geduld ook nog eens een stemmetje in mijn hoofd dat zegt: consequent blijven! Niet toegeven! Daar leren die kinderen niks van namelijk. Is het niet zo dat het opvoeden van kinderen erop neerkomt dat de kinderen in kwestie om moeten leren gaan met frustraties?

En zo ploeter ik voort met het ene kind hard gillend en het andere hard huilend. Zondagmiddag, ah, welk een heerlijke rust. En je komt ook zo lekker bij van de week. Even he-le-maal niks…Zelfs de buurvrouw sprak me laatst aan of het wel goed ging met ons en de kinderen? Want ze hoorde zoveel gegil…Tja. Wat kan ik zeggen? Als verweer voor haar opmerking: ze heeft zelf geen kinderen dus hoe gek je er ECHT van wordt, dat zal ze nooit kunnen begrijpen. En voor mijn eigen verweer: ik doe mijn best. Echt. Meer kan ik niet doen. Maar ik ben ook maar eens mens. Met weinig geduld. En een piep in mijn linkeroor van al dat gegil.