Pietendiscussie bij de kapper

Omdat ik alleen wat puntjes bij wilde laten knippen, besloot ik naar de kapper om de hoek te gaan, op aanraden van de buurvrouw. ‘Ze zijn niet heel hip, maar je krijgt wel waar voor je geld’ had de buurvrouw mij laten weten.

De kapster verwelkomde mij met een joviaal Noord Hollands accent. Ze waste hardhandig mijn haar en eenmaal in de kappersstoel, spraken we wat over het weer, zoals dat standaard gaat bij de kapper. Algauw kwamen we bij het onderwerp Kerstdagen. De kapster wilde namelijk het liefst vandaag nog de Kerstboom neerzetten.
‘Ja, maar eerst is het nog Sinterklaas.’ zei ik nietsvermoedend. ‘Mijn kinderen zetten vol verwachting hun schoen.’ Dat had ik beter niet kunnen zeggen. Ze begon eerst enigszins voorzichtig over dat het Sinterklaasfeest nu niet meer leuk was en dat ze natuurlijk zelf geen kinderen had, maar dat het toch belachelijk was hoe iedereen het Sinterklaasfeest kapot probeerde te maken. En daarna ging ze los over wat je allemaal wel niet op social media las en hoe verschrikkelijk dat toch wel niet was. Ik zei voorzichtig: ‘Dat moet je niet zo serieus nemen’  maar hoe verder het gesprek liep, hoe meer ik me afvroeg of ik haar wel serieus nam.
‘In Suriname zijn er geen problemen met de Pieten, wist je dat?’ zei ze vol overtuiging. ‘Ja en die roetveegpieten, dat slaat toch ook nergens op. Dan herken je meteen wie het is.’
‘Dat maakt die kinderen echt geen moer uit hoor,’ probeerde ik. ‘Of die Pieten nou Roze of Groen zijn. Als ze maar cadeautjes en snoep krijgen en een leuk feest hebben.’
Daar was de kapster het natuurlijk niet mee eens. Nee, volgens haar waren kinderen bang voor de gekleurde Pieten. Ik zei: ‘Ik heb mijn kinderen daar nog nooit over gehoord. Sterker nog, ik was vanochtend bij de Sinterklaasviering op het werk van mijn man en alle Pieten hadden een andere kleur. Geen enkel kind huilde of had het hierover.’ Daar had ze natuurlijk niet echt van terug, maar het was duidelijk dat ze bij haar standpunt ging blijven. We rondden het gesprek beleefd af met wat geklets over haar hondje dat bij de deur lag en ik rekende af.

Wat mij elke keer weer zo verbaast in deze hele discussie is dat heel veel volwassenen denken dat het feest over hen gaat. Ook heb ik al een paar keer mensen horen zeggen dat het Sinterklaasfeest niet meer leuk is. De discussie eromheen is misschien niet leuk, maar wel heel erg nodig. Soms moeten er tradities aangepast worden omdat het blijkt dat dat ouderwetse tradities waren, waar veel mensen aanstoot aan nemen. Dat lijkt me logisch, toch? Echt, ik heb mijn kinderen nog nooit met enig woord horen praten over de hele Pietendiscussie. Voor hen is een Piet een Piet, of deze nou goud is of roet vegen heeft. Het gaat hen om alles eromheen. Overigens zal ik hierbij een klein geheim verklappen: Sinterklaas en Piet bestaan helemaal niet. Maar dat zal ik dan maar niet aan die mensen vertellen die willen dat alles blijft zoals het is. Ik denk niet dat ze het aankunnen.

 

 

Het leven van een bakfiets

Een jaar geleden gingen we picknicken op een mooie meidag. Na de picknick, die om de hoek was van ons huis, gooiden we alle spullen in de bakfiets en zette ik ‘m op één slotje vast voor de deur. Ik zou immers later op de avond nog weggaan, dus dat kon wel even. We brachten de kinderen naar bed en toen ik een uurtje nadat we buiten waren geweest weer beneden kwam, was de bakfiets weg. Foetsie. Nergens te vinden. Ik begon aan mezelf te twijfelen. Ik had ‘m toch echt hier neergezet? Of stond de bak nog op het gras waar we hadden gezeten? Gehaast liep ik terug naar de picknickplek. Geen bakfiets te zien. Ik liep rondjes om ons gebouw of ik ‘m ergens zag staan? Hoe kon dit grote logge ding weg zijn? Op klaarlichte dag, binnen een klein uurtje?

We deden aangifte bij de politie, hingen briefjes op in de buurt, hielden Marktplaats in de gaten, fietsten zelf rond om te kijken of we ‘m zagen en vroegen aan buren en de mensen van de snackbar om de hoek of ze iets hadden gezien, maar niemand wist ons meer te vertellen. Onze ouwe trouwe bakfiets, waar we vier jaar lang met zoveel plezier op hadden rond gereden was echt weg. Ik kon het niet geloven. De kinderen waren heel verdrietig en wij boos. We hadden altijd braaf de verzekering betaald, maar kregen niks uitgekeerd omdat we het andere setje sleutels niet konden vinden.

En zo ging er een jaar voorbij. We besloten toch niet een tweedehands bakfiets te kopen want de kinderen waren er aan toe om meer zelf te gaan fietsen en zo tikten we allen tweedehands ‘gewone’ fietsen op de kop. Af en toe vroegen de kinderen: ‘Komt de bakfiets nooit meer terug?’ ‘Dat denk ik niet’ zeiden we dan weemoedig. Soms vroeg iemand ernaar: ‘Jullie hadden toch een bakfiets?’ Dan zei ik ‘Don’t mention the war.’ (uit Fawlty Towers – voor degenen die dat niet weten :-)).

Totdat we twee dagen geleden een brief in de bus kregen van de gemeente. Dat onze bakfiets was gevonden en dat we ‘m op konden halen bij het fietsendepot! M. belde om zeker te weten of het de onze was. Of er een foto gestuurd kon worden. En ja hoor: daar op de foto stond onze eigen oude bakkie. Enigszins toegetakeld, maar het was ‘m toch echt. En dus toog M. naar het depot om ‘m op te halen en stond onze ouwe trouwe bakfiets opeens weer daar!

Een flinke tijd heeft de fiets op een plein in de buurt gestaan, wist de mevrouw bij het depot te vertellen. Een plein niet eens zo heel ver van ons huis vandaan. Een duif schijnt een tijdje in de bak gewoond te hebben, zo te zien aan de poep en veren en takjes. Omdat de bakfiets er maar stond en er duidelijk weinig mee gebeurde, heeft de gemeente er op een gegeven moment een sticker op geplakt. Daarna is de bak afgevoerd naar het depot, heeft daar nog een tijdje gestaan en daarna kwam iemand op het idee om het serienummer eens in de computer te gooien: bingo! De aangifte kwam tevoorschijn, de brief werd gestuurd and the rest is history.

Het gekke is dat ik er in het afgelopen jaar nooit echt overheen was gekomen. Ik was echt nog steeds verdrietig over het feit dat iemand onze mooie, trouwe bak op klaarlichte dag voor de deur mee had durven nemen. ‘Waarom doen mensen dat?’ vroeg zoon Z. dan ook boos vlak nadat het gebeurd was. ‘Omdat ze zich vervelen en niet weten hoe sip wij hiervan worden’ antwoordde ik dan.

En nu, en nu: nu is bakkie weer bij ons komen wonen! Na al die tijd het huis uit. We zijn zo blij! Soms komt het toch nog goed. Nu moeten we er wel voor zorgen dat die kinderen zelf blijven fietsen de komende tijd. Hoe dan ook: welkom terug bakkie, we hebben je gemist.

bakfiets

Het kan dooien

Ik begrijp dus helemaal niks van die schaatskoorts die in het land heerst. Ja, het ziet er heel mooi uit, zeker – al dat ijs en die ijzel – maar dat ik niet kan wachten om mijn schaatsen uit (of in?) het vet te halen, nou nee, niet echt. Sterker nog, ik heb helemaal geen schaatsen. Toen er nog strenge winters waren (lees: de jaren ’90) en de grachten in Amsterdam elk jaar flink dicht vroren en mijn vrienden enthousiast na school de schaatsen aantrokken, stuntelde ik ook wel eens wat op het ijs. Met een stoel en op de kunstschaatsen van mijn moeder, that is. De schaatstraditie zit gewoon niet in onze internationale familie: mijn moeder leerde ook niet schaatsen van haar Engelse moeder, terwijl haar vader op de Holland Amerika lijn voer. Mijn Amerikaanse vader groeide op in grote steden, waar fietsen een hobby is voor kinderen en schaatsen alleen door ijshockeyers wordt gedaan.

Een keer heb ik een echte schaatstocht gemaakt in Waterland. Het was denk ik de winter van 1993 en samen met een klasgenoot zouden we de kortste route nemen, terwijl de andere klasgenoten voor de lange tocht gingen. Maar ergens halverwege hebben we toen een verkeerde afslag genomen, waardoor we opeens de 15 kilometertocht reden. Hij zonder handschoenen en ik op mijn kunstschaatsen. Het waren een paar van de langste uren uit mijn jonge leven. Eens en nooit meer, dat heb ik mezelf toen voorgenomen. Sindsdien heb ik me goed aan dat voornemen weten te houden.

Nooit meer slapen

Ik was vergeten hoeveel slapeloze nachten die november en decembermaanden met zich meebrengen. Eerst is er de wintertijd. Voor de meeste mensen een uur erbij, maar kleine kinderen zijn juist een uur EERDER wakker. Dus dan mis je al een uurtje.

Dan is er Sint Maarten. Heel leuk en lief: met je lampion liedjes zingen en langs de deuren snoep ophalen. Maar daarna mogen ze nog een snoepje (of  twee…) uit de buit opeten en dus slapen ze pas heeeel laat vanwege de sugar rush. En uitslapen de volgende dag, ho maar.

En dan komt de Sint in het land. Ook altijd een spannende tijd. Vooral voor Zef blijkt. We moeten stipt om 18.00 uur klaar zitten voor het Sinterklaasjournaal anders is het paniek bij die jongen. En ook al kijken ze de uitzending de volgende dag op school en later nog op de iPad, toch moet het hele gezin op de bank om 18u. Wel heel leuk dat we dat nog hebben, in deze tijden van on demand TV. Zal Zef later met enige nostalgie op terug kijken, hoop ik.

Dan is er de intocht in Amsterdam. Die bleek ook voor zenuwen te zorgen en er was bij Zef stress over waar het beste plekje was om te staan. Met hier en daar een huilbui stonden we uiteindelijk goed en werden er zelfs nog pepernoten gevangen.

En dan s avonds eindelijk: het zetten van de schoen. Appel erbij voor het paard en een bakje water. Eerst kon Zef niet in slaap komen van de zenuwen dus las hij nog wat in bed. En vervolgens werd hij elk uur wakker om te vragen of het al tijd was om op te staan. Om 3 uur s nachts jammerde hij: ‘ Wanneer is het nou eindelijk tijd? Ik ben zo benieuwd!’ Hij werd afgewisseld door zijn zus die ook steeds vroeg of ze er al uit mocht.

Om 6.30 uur was het dan eindelijk zo ver. Ze mochten opstaan en in hun schoen kijken. Ik geloof dat ze blij waren met de buit. Voor ons was het de hoogste tijd voor koffie. En dan moeten we nog een paar weken! Gaap…

Koningsdag 2016

Ik had al een jaar lang spullen in een doos gegooid dus weer of geen weer: we zouden proberen te gaan verkopen. Na naar de Koning en gevolg te hebben gekeken onder het genot van een tompouce (J. – bijna 4 jaar – huilend: ‘Ik kan niet prikken in mijn taartje! Hoe moet ik dit eten?’ Tja schat, dat weet niemand… En Z. de televisie probeerde omhelzen omdat hij de Koning een knuffel wilde geven!?) alles ingepakt en in de bakfiets gegooid en op naar het pleintje in de buurt, waar nog veel plek was. We stalden de spullen uit en de zon begon zelfs te schijnen. We kwamen bekenden uit de buurt tegen en dit beloofde een mooie verkoopdag te gaan worden. Ik zette mijn zonnebril op en de kinderen drentelden rond samen met M. Al snel wilde J. geschminkt worden en Z. kon maar niet kiezen wat hij wilde kopen met zijn €2,- die hij van ons kreeg om te besteden. Het werd een zakje snoep. Toen had hij nog €1,50 over. J. was ondertussen in een roze vlinder veranderd en huppelde over het pleintje.

‘Mama, waarom koopt er niemand iets bij ons?’ zei Z. chagrijnig na een uurtje. Ik zei dat het wel zou komen. Dat men laat wakker werd en dat het weer niet meehielp. Maar toen het na twee uur toch echt weer begon te regenen, pakten we alles in en gingen terug naar ons warme huis. Opbrengst: €0,80. Uitgaven: rond de € 8,- Want ja, er moest tenslotte ook gegeten worden (hotdogs) en s middags dan ook nog een ijsje, want het is tenslotte maar een keer per jaar Koningsdag. Bij thuiskomst zei Z.: ‘Ik wil noooooit meer verkopen!’ Volgend misschien toch de good old pissenbeddenrace van stal halen?

Angst is een slechte raadgever

Deze wereld. En al die angst…Vooral voor de wereld waarin mijn kinderen groot gaan worden. Wat moeten we ermee? En waarom komt zo’n aanslag in Brussel harder bij me aan dan al die aanslagen in Turkije en de rest van de wereld die in brand staat? Ik kan me vandaag slecht concentreren. Daarnaast is het ook zo zoals een collega zei:
Nu voelen we een heel klein beetje de angst die mensen in Syrie elke dag ervaren. Daar voel ik me dan vervolgens weer schuldig over: dat ik daar niet bij stil heb gestaan. Naar het nieuws kan ik bijna niet meer kijken. Ik word er te verdrietig van. Vooral als er kinderen in beeld komen.

De enige remedie is denk ik gewoon doorgaan. Je niet laten kisten.En vooral niet in angst gaan leven maar juist er wat van maken. Dus: bloemetje gekocht, muziekje aangezet en denken aan de leuke dingen. Het is bijna lente, Zef is blij dat hij deze week zijn paasontbijt heeft op school en June verheugt zich op eieren zoeken. Een nieuwe lente en een nieuw geluid: laat ik eens proberen optimistisch en positief te zijn. Tegen mijn angstige natuur in. Wie weet helpt het in deze tijden. Zucht.

 

 

Ellen

Het winkelcentrum was in de kerstsfeer en de middenstand had vlak voor kerst flink uitgepakt om het winkelende publiek te vermaken en te verleiden.
Ik moest die zaterdag gewoon boodschappen doen en was met June niets vermoedend op weg naar de viswinkel toen ze opeens uitriep: “De ijsman! Daar is de ijsman!” En jawel hoor, daar zat de Kerstman in vol ornaat op een bankje met een backdrop van besneeuwde bergen. Je kon met hem op de foto. Gratis. Van mij had het niet gehoeven maar June fluisterde in mijn oor: “Ik wil naar de Kerstman toe.” Ze zat natuurlijk nog in de Sinterklaas sfeer. En voordat ik het wist zat ik op het bankje met een hoed op m’n hoofd, June op schoot bij de IJ/Kerstman en werd er een foto gemaakt. We moesten even wachten voordat de foto klaar was.

Op dat moment kwam Ellen het winkelcentrum binnen gelopen. Ze kwam naast we staan en vroeg wat er gaande was. “Eh, je kunt met ‘m op de foto” zei ik lacherig. “Het is blijkbaar gratis.” “Echt?” riep Ellen verheugd. En terwijl June en ik wachten op de onze, kroop Ellen lachend en met een cowboykersthoed op, bij de Kerstman op schoot voor haar eigen foto. Toen we onze foto’s kregen, overwoog ik even om te zeggen dat men wel eens denkt dat ik haar ben. 

Maar ik vond het toch een beetje raar. Dus hield ik mijn mond en liep even later buiten met een foto van de Kerstman in mijn ene en een zingend blij meisje van 3 in mijn andere hand. Buiten zag in Ellen in een auto wegrijden met haar eigen naam erop.

Swaan en June met de kerstman dec 2015