Opgebiecht

Ik kom er steeds meer achter dat ik een verslaving heb. Het is niet dat ik eerder actief heb geprobeerd om ‘m te onderdrukken, maar de laatste tijd, zo met de feestdagen in aantocht, begin ik me toch een beetje zorgen te maken. Want dan ben ik opeens drie uur en twee tassen vol verder en wat heb ik eigenlijk gekocht? Goed, ik zal het opbiechten. Diepe zucht, hier komt het: mijn naam is Swaan en ik ben verslaafd aan kringloopwinkels.

Zo. Dat is eruit. Pfoe.
Gisteren heb ik namelijk twee uur in diverse kringloopwinkels doorgebracht, op mijn vrije middag. En vanochtend heb ik er nog twee andere bezocht en weer had ik twee tassen vol (overigens: niet alleen voor mezelf, ook voor de andere leden van het gezin sla ik in hoor!)
Het ding is: omdat je unieke spullen tegenkomt, voel ik me verplicht om ze te kopen, want ja: je weet niet wanneer en of je weer zoiets tegen gaat komen! En het is maar €6,- voor die bijzondere jas! En zo raakt mijn bankrekening steeds leger en mijn huis voller.

De regel die ik mezelf wel stel is: als er iets bij komt, moet er ook iets weg. Dat lukt nog niet zo heel erg goed. Het percentage is nu denk ik 1 op 5 (1 ding weg en 5 spullen erbij…) maar ik hou hoop. De eerste stap met het erkennen van mijn verslaving is bij deze gezet. Zo meteen maar de berging weer eens in om te kijken wat ik kan verkopen of wegdoen.

 

 

 

 

 

Advertenties

Hoop in bange tijden

Tijd voor hoop in deze nu zo bange wereld. Terwijl we angstig worden gemaakt, is dat het enige tegengif. Zoals de Belgische geluksprofessor Leo Bormans dat gisteren zo mooi uitlegde bij RTL Late Night. Dat is wat de terroristen namelijk willen: angst zaaien. En het tegenovergestelde van angst is hoop.
Als er een feestdag is die gaat over hoop, dan is het wel de intocht van Sinterklaas, die vandaag plaats vond. Al die verwachtingsvolle kinderen die uitkijken naar deze dag en hopen op mooie cadeaus.

Van de week stelde Zef DE VRAAG: “Mama, sommige kinderen in de klas zeggen dat Sinterklaas niet bestaat. Dat de papa’s en mama’s de cadeaus in de schoenen stoppen. Is dat waar?”
Ik was even stil en zei: “Wat denk je zelf hiervan?”
Zef zei: “De Kerstman bestaat niet. Dat weet ik zeker. Maar Sinterklaas wel.”
“Precies,” zei ik. “Hij komt zaterdag toch aan met de boot uit Spanje. Dat kun je zelf zien. Dus dan is het waar.”
Zef was tevreden met dit antwoord en ging verder met het maken van zijn verlanglijstje. Hoopvol uitkijkend naar het Sinterklaasfeest.

Vol verwachting klopt ons hart.

Ook al zijn mijn beide ouders niet Nederlands en hebben ze als kind zelf geen Sinterklaas gevierd, toen ik klein was, vonden ze het belangrijk om mij wél met dit Nederlandse volksfeest groot te brengen.

En zo zette ik als Sinterklaas in het land was mijn schoen bij de kachel met een tekening en een wortel voor het paard en zong vervolgens hartstochtelijk enkele liedjes voor de goedheiligman.

Mijn kamer was op zolder en midden in mijn kamer zat een gigantische schoorsteen.  Daar moest Zwarte Piet dus doorheen om de pakjes in mijn schoen te doen. Berespannend vond ik het. De halve nacht lag ik wakker om te luisteren of ik wat hoorde en als ik dan iets hoorde, kroop ik  trillend en  zo ver ik kon onder de dekens.

’s Ochtends rende ik de twee trappen naar beneden om snel in mijn schoen te kijken en ja hoor, er lag een pakje. En ook het paard had braaf van de wortel gegeten.

Dan was er natuurlijk elk jaar de intocht. Die praktisch bij ons voor de deur langs kwam. Ik zal een jaar of drie zijn geweest, ongeveer zo oud als mijn Zef nu is, toen ik met mijn vader bij de intocht stond. Dit was de jaren 70 en toen was de intocht meer een soort carnavalsoptocht, als ik er aan terug denk. Veel rare outfits  en vreemde poppen die meeliepen. Dat jaar liepen er ook mensen in grote poppenpakken mee. Waarom? Geen idee, maar men dacht dat kinderen dat leuk vonden, blijkbaar.

In mijn herinnering waren die poppen minstens drie meter hoog met hele gemene gezichten. Waarschijnlijk waren ze hooguit twee meter groot. Hoe dan ook, ik vond ze dood- en doodeng. Ik schijn mijn vaders hand te hebben gepakt en de volgende legendarische woorden te hebben uitgesproken: “Klaar, papa, klaar!”

Toen ik niet meer in Sinterklaas geloofde, kwamen al mijn tekeningen tevoorschijn die ik door de jaren voor de Sint had gemaakt (m’n moeder is archivaris – dan krijg je dat) en vertelde mijn vader dat hij altijd aan de wortels van het paard had zitten knauwen voor het naar bed gaan. Een ontroerend beeld. Een man in zijn pyjama die in de keuken aan een dikke winterpeen zit de knauwen, zodat zijn dochter denkt dat het paard van de Sint is langs geweest.

Dit jaar maakt Zef voor het eerst echt bewust het Sinterklaasfeest mee. Hij kijkt met grote ogen naar het Sinterklaasjournaal en noemt Zwarte Pieten  “gekke poppetjes”.  Ik vind het ontzettend leuk om nu met mijn eigen kind dit Hollandse volksfeest te vieren. Sommige ouders zeggen: “Als je Sinterklaas viert, dan lieg je tegen je kind” of “Het is discriminatie, met die Zwarte Pieten” Ik ben het daar allemaal niet mee eens. Het is een mooi, oud, echt Hollandsch gebeuren, waar iedereen: jong, oud, arm, rijk, blank, beige, donker, links en rechts aan me kan doen. Zie hoe mijn ouders het als niet-Nederlanders hebben opgepikt en aan mij hebben overgedragen. Ik verheug me nu al op de vele tekeningen en wortels.

Dit weekend logeert Zef bij zijn tante, oom, neefjes en nichtjes in Dordrecht waar hij vandaag samen met hen naar de DE Sinterklaasintocht zal gaan kijken. We denken dat het drie kanten op kan gaan. Of hij vindt het fantastisch. Of doodeng en zegt ook iets van: “Klaar! Klaar!” Of, de derde optie, hij roept: “Die poppetjes hebben gekke pakjes aan!” Maar spannend is het sowieso. Ik ga zo maar eens voor de televisie zitten en kijken of ik mijn zoon zie.