Zelfstandig

Het gekke aan moeder van twee kinderen zijn, vind ik: je ziet de kinderen elke dag en je weet dat ze groeien (mede doordat je ze te eten geeft, dat met wisselend enthousiasme wordt opgegeten) maar omdat je er zo met je neus bovenop zit, merk je het niet. Totdat je foto’s bekijkt van een paar maanden terug. Of je aan je zoon merkt dat hij ouder wordt en meer zelfstandig wil zijn. Letterlijk.

In mijn beleving is hij nog het jongetje van twee jaar oud waartegen je de hele dag kletst en je vooral jezelf hoort praten en die dan af en toe wat terug brabbelt. Of in duidelijke taal te kennen geeft dat hij iets niet (‘Nee sanja! Niette eten!’ waarna de lasagne op de grond eindigde) of  juist wel (‘Ikke wil dees! Mama dees!’) wil.

Maar deze jongen is ondertussen bijna acht en een half jaar oud en gaf recentelijk tijdens het avondeten aan dat hij ook Zelfstandig wilde zijn bij de naschoolse opvang. Want een meisje uit zijn groep was dat. We spraken erover wat dat dan inhield, zelfstandig zijn. Het betekende dat hij dan zonder begeleiding uit school naar de opvang mag lopen. En voor hem vooral van groot belang: zonder oranje hesje aan! Wat de niet-zelfstandige kinderen wel moeten. En ook mag hij zonder begeleiding buiten spelen bij de opvang. We concludeerden dat hij daar aan toe was, het lopen en het spelen, en vroegen bij de opvang een formulier om in te vullen en de afspraken hiervoor concreet te maken.

Die avond kon de grote kleine jongen niet slapen. Want opeens realiseerde hij zich welke verantwoordelijkheid hij nu droeg: alleen naar de opvang! Zonder de juffen. Want we hadden hem gezegd: ze wachten dan niet meer op jou als je er zelf naartoe mag lopen. En hij had ook in de wandelgangen vernomen dat het meisje waarmee hij samen wilde gaan lopen – waar hij zich op had verheugd – van de opvang zou gaan.

De volgende dag vroegen we het na bij de opvang en bij de ouders van het meisje. Alles bleek een storm in een glas water: de juffen wachten heus nog wel op de Zelfstandige kinderen (sterker, het duurt toch eindeloos voordat alle kinderen uit alle klassen klaar zijn om mee te gaan) en het meisje uit zijn groep ging nergens heen en kon dus gewoon zijn wandel/kletspartner worden voor de wandeling naar de opvang.

Maandag aanstaande gaat hij dan voor het eerst van school naar de opvang lopen, zonder hesje aan maar samen met zijn vriendin uit de groep. Het is dat ik dan op mijn werk zit, anders zou ik incognito (zonnebril op, vage regenjas aan, krant onder de arm) aan de overkant van de straat lopen om te kijken of het allemaal goed gaat. Want hij blijft mijn kleine jongen, hoe zelfstandig hij ook mag zijn.

 

Koningsdag 2016

Ik had al een jaar lang spullen in een doos gegooid dus weer of geen weer: we zouden proberen te gaan verkopen. Na naar de Koning en gevolg te hebben gekeken onder het genot van een tompouce (J. – bijna 4 jaar – huilend: ‘Ik kan niet prikken in mijn taartje! Hoe moet ik dit eten?’ Tja schat, dat weet niemand… En Z. de televisie probeerde omhelzen omdat hij de Koning een knuffel wilde geven!?) alles ingepakt en in de bakfiets gegooid en op naar het pleintje in de buurt, waar nog veel plek was. We stalden de spullen uit en de zon begon zelfs te schijnen. We kwamen bekenden uit de buurt tegen en dit beloofde een mooie verkoopdag te gaan worden. Ik zette mijn zonnebril op en de kinderen drentelden rond samen met M. Al snel wilde J. geschminkt worden en Z. kon maar niet kiezen wat hij wilde kopen met zijn €2,- die hij van ons kreeg om te besteden. Het werd een zakje snoep. Toen had hij nog €1,50 over. J. was ondertussen in een roze vlinder veranderd en huppelde over het pleintje.

‘Mama, waarom koopt er niemand iets bij ons?’ zei Z. chagrijnig na een uurtje. Ik zei dat het wel zou komen. Dat men laat wakker werd en dat het weer niet meehielp. Maar toen het na twee uur toch echt weer begon te regenen, pakten we alles in en gingen terug naar ons warme huis. Opbrengst: €0,80. Uitgaven: rond de € 8,- Want ja, er moest tenslotte ook gegeten worden (hotdogs) en s middags dan ook nog een ijsje, want het is tenslotte maar een keer per jaar Koningsdag. Bij thuiskomst zei Z.: ‘Ik wil noooooit meer verkopen!’ Volgend misschien toch de good old pissenbeddenrace van stal halen?

Eerlijk duurt het langst

We lopen de Bruna in samen met een vriendinnetje uit zijn klas dat hij na school is tegen gekomen. ‘We gaan niks kopen hoor! Alleen even kijken.’ roep ik Z. toe. Hij knikt om te laten merken dat hij me gehoord heeft.
Uitgebreid en gretig worden er knuffels en boekjes en tijdschriften bekeken.
Dan komt de moeder van het vriendinnetje binnen, die buiten heeft staan bellen. Opeens staat het vriendinnetje blij voor mijn neus: ‘Ik mag wat uitzoeken van mijn mama. Omdat mijn ene tand eruit is, heb ik 10 euro gekregen en daarom mag het.’ en ze rent vol enthousiasme naar de hoek met de duurste spullen. Z. kijkt me vragend aan en ik schud mijn hoofd.

Het vriendinnetje heeft een dagboek met een digitaal slot uitgekozen, a €18,99. Het mag van de moeder. Ik blader ondertussen in allerlei boeken en Z. drentelt om zijn vriendin heen. ‘Nou, fijn weekend en tot maandag he!’ zegt de moeder en haar dochter huppelt blij achter haar aan.
Z. probeert het nog een keer: ‘Ah toe, mag ik niet een klein dingetje? Alleen een stickervel?’ Bijna zwicht ik maar ik besluit voet bij stuk te houden. Een nee is een nee en is dat niet het allerbelangrijkste? Consequent zijn. Ik probeer Z. uit te leggen dat niet iedereen altijd geld heeft om alles maar te kunnen kopen wat je wilt. ‘Maar je hebt toch een pa-a-asje?’ snikt hij.

Ik fiets naar huis met een huilend jongetje achterop. Nee, het leven is niet eerlijk.
 

Sinterklaas 2015

Ik vind het een leuk kinderfeest hoor,  dat Sinterklaas, maar als ouder heb je het er ook maar druk mee! Tjongejongejonge…Want mijn activiteitenlijst is deze:

  • Je speelt Sinterklaas voor je eigen kinderen: want cadeaus bedenken voor de schoen en zorgen dat ze ook op tijd (volgens de Sint kalender die Piet heeft ingevuld – via de schoen) goed en wel in de schoen zitten.
  • Volgende dag heel vroeg op want kinderen zijn benieuwd wat er in hun schoen zit…Sowieso is Zef ontzettend moe deze weken van de spanning rondom de Sint. Want hij gelooft nog wel, maar eigenlijk ook niet en spannend vindt hij het in ieder geval. Oh ja: hij had gisteren ook nog pietengym op school. Pietenpakje mee genomen. Niet eens vergeten. Applaus voor mezelf 🙂
  • Organiseren van Sinterklaas viering met ons eigen gebouw, met een stuk of 8 gezinnen. Met de buurman als de Sint en de oudere buurkinderen als Pietjes. Met boot en al en pakjes en liedjes en warme choco en de hele mikmak. Was een groot succes. Mede dankzij de goede organisatie van ons buurvrouwen comité (zat ik dus ook in :-)).
  • Vorige week heb ik pepernoten gebakken met de klas van Zef. Of nou ja, deeg gemaakt. Niet zelf bedacht hoor. Er hing een intekenlijst voor de ouders en ja, dan voel ik me toch ook een beetje verplicht om hieraan mee te doen, ook al kan ik niet zo goed bakken…Maar Zef was blij dat ik in zijn klas was en zei dan ook: “Mijn mama kan niet goed bakken, maar wel lekker koken!”
  • Vanochtend heeeeel vroeg op school vanwege de komst van de Sint aldaar. Komt ook met boot en gekleurde Pieten. Zef was in tegenstelling tot alle andere dagen heel snel aangekleed en we waren zelfs op tijd! Een meevaller.
  • Vanmiddag meehelpen met opruimen van de Sinterklaas spullen op school. Weer die verplichting. Ook best leuk. Mag Zef meehelpen.
  • En dan is morgen natuurlijk PAKJESAVOND! Met opa erbij. Gisteren de hele ochtend inkopen gedaan, daarna alles ingepakt en nu staat het allemaal klaar in de berging. Gisteravond zelfs ook al de gedichten geschreven, dus volgens mij zit ik nu helemaal op schema. De grote vraag is nu alleen: hoe krijgen we dit zak met pakjes voor de deur zonder dat de kinderen zien wie hem daar heeft neer gezet?

Ik kijk uit naar zondag. Dan hebben we het weer gehad, het hele Sint gebeuren. Gelukkig gelooft Zef niet in de kerstman.

 

Hoop in bange tijden

Tijd voor hoop in deze nu zo bange wereld. Terwijl we angstig worden gemaakt, is dat het enige tegengif. Zoals de Belgische geluksprofessor Leo Bormans dat gisteren zo mooi uitlegde bij RTL Late Night. Dat is wat de terroristen namelijk willen: angst zaaien. En het tegenovergestelde van angst is hoop.
Als er een feestdag is die gaat over hoop, dan is het wel de intocht van Sinterklaas, die vandaag plaats vond. Al die verwachtingsvolle kinderen die uitkijken naar deze dag en hopen op mooie cadeaus.

Van de week stelde Zef DE VRAAG: “Mama, sommige kinderen in de klas zeggen dat Sinterklaas niet bestaat. Dat de papa’s en mama’s de cadeaus in de schoenen stoppen. Is dat waar?”
Ik was even stil en zei: “Wat denk je zelf hiervan?”
Zef zei: “De Kerstman bestaat niet. Dat weet ik zeker. Maar Sinterklaas wel.”
“Precies,” zei ik. “Hij komt zaterdag toch aan met de boot uit Spanje. Dat kun je zelf zien. Dus dan is het waar.”
Zef was tevreden met dit antwoord en ging verder met het maken van zijn verlanglijstje. Hoopvol uitkijkend naar het Sinterklaasfeest.

Vol verwachting klopt ons hart.

Ook al zijn mijn beide ouders niet Nederlands en hebben ze als kind zelf geen Sinterklaas gevierd, toen ik klein was, vonden ze het belangrijk om mij wél met dit Nederlandse volksfeest groot te brengen.

En zo zette ik als Sinterklaas in het land was mijn schoen bij de kachel met een tekening en een wortel voor het paard en zong vervolgens hartstochtelijk enkele liedjes voor de goedheiligman.

Mijn kamer was op zolder en midden in mijn kamer zat een gigantische schoorsteen.  Daar moest Zwarte Piet dus doorheen om de pakjes in mijn schoen te doen. Berespannend vond ik het. De halve nacht lag ik wakker om te luisteren of ik wat hoorde en als ik dan iets hoorde, kroop ik  trillend en  zo ver ik kon onder de dekens.

’s Ochtends rende ik de twee trappen naar beneden om snel in mijn schoen te kijken en ja hoor, er lag een pakje. En ook het paard had braaf van de wortel gegeten.

Dan was er natuurlijk elk jaar de intocht. Die praktisch bij ons voor de deur langs kwam. Ik zal een jaar of drie zijn geweest, ongeveer zo oud als mijn Zef nu is, toen ik met mijn vader bij de intocht stond. Dit was de jaren 70 en toen was de intocht meer een soort carnavalsoptocht, als ik er aan terug denk. Veel rare outfits  en vreemde poppen die meeliepen. Dat jaar liepen er ook mensen in grote poppenpakken mee. Waarom? Geen idee, maar men dacht dat kinderen dat leuk vonden, blijkbaar.

In mijn herinnering waren die poppen minstens drie meter hoog met hele gemene gezichten. Waarschijnlijk waren ze hooguit twee meter groot. Hoe dan ook, ik vond ze dood- en doodeng. Ik schijn mijn vaders hand te hebben gepakt en de volgende legendarische woorden te hebben uitgesproken: “Klaar, papa, klaar!”

Toen ik niet meer in Sinterklaas geloofde, kwamen al mijn tekeningen tevoorschijn die ik door de jaren voor de Sint had gemaakt (m’n moeder is archivaris – dan krijg je dat) en vertelde mijn vader dat hij altijd aan de wortels van het paard had zitten knauwen voor het naar bed gaan. Een ontroerend beeld. Een man in zijn pyjama die in de keuken aan een dikke winterpeen zit de knauwen, zodat zijn dochter denkt dat het paard van de Sint is langs geweest.

Dit jaar maakt Zef voor het eerst echt bewust het Sinterklaasfeest mee. Hij kijkt met grote ogen naar het Sinterklaasjournaal en noemt Zwarte Pieten  “gekke poppetjes”.  Ik vind het ontzettend leuk om nu met mijn eigen kind dit Hollandse volksfeest te vieren. Sommige ouders zeggen: “Als je Sinterklaas viert, dan lieg je tegen je kind” of “Het is discriminatie, met die Zwarte Pieten” Ik ben het daar allemaal niet mee eens. Het is een mooi, oud, echt Hollandsch gebeuren, waar iedereen: jong, oud, arm, rijk, blank, beige, donker, links en rechts aan me kan doen. Zie hoe mijn ouders het als niet-Nederlanders hebben opgepikt en aan mij hebben overgedragen. Ik verheug me nu al op de vele tekeningen en wortels.

Dit weekend logeert Zef bij zijn tante, oom, neefjes en nichtjes in Dordrecht waar hij vandaag samen met hen naar de DE Sinterklaasintocht zal gaan kijken. We denken dat het drie kanten op kan gaan. Of hij vindt het fantastisch. Of doodeng en zegt ook iets van: “Klaar! Klaar!” Of, de derde optie, hij roept: “Die poppetjes hebben gekke pakjes aan!” Maar spannend is het sowieso. Ik ga zo maar eens voor de televisie zitten en kijken of ik mijn zoon zie.

Mimi de pooh

Het was een regenachtige ochtend en wat doe je op dat soort dagen: naar de film gaan. En zo kwam het dat Zef voor het eerst een film op het grote doek zag. Winnie de Pooh.

Hij zat op een grote stoel tussen ons in met een bak popcorn op zijn schoot. Het licht ging uit en Zef zei: ‘Donker!”
Toen de film vertoond werd zei hij: “Grote visie!” (grote televisie). Daarna volgde nog allerlei commentaar op wat er op het scherm te zien was: “Varken. Beer! Honing eten!”

Na 10 minuten had hij het wel zo’n beetje gezien maar door de popcorn (Zef: “Lekkere koek”) te blijven voeren,
hield hij het iets langer uit. Daarna klom hij van zijn stoel en ging in de rij achter ons zitten (het was rustig in de zaal, want vroeg) en naar ons roepen.

Later die week fietste ik met Zef door de stad en hij vroeg naar papa. Ik zei dat papa aan het werk was en vertelde dat papa voor zijn werk films maakt. “Mimi” zei Zef.
Nou bedoelt Zef als hij mimi zegt meestal pinguins (dat is weer een heel ander verhaal). Ik vroeg wat hij daarmee bedoelde.
“Mimi” zei Zef, “Mimi de pooh?”