Nooit meer slapen

Ik was vergeten hoeveel slapeloze nachten die november en decembermaanden met zich meebrengen. Eerst is er de wintertijd. Voor de meeste mensen een uur erbij, maar kleine kinderen zijn juist een uur EERDER wakker. Dus dan mis je al een uurtje.

Dan is er Sint Maarten. Heel leuk en lief: met je lampion liedjes zingen en langs de deuren snoep ophalen. Maar daarna mogen ze nog een snoepje (of  twee…) uit de buit opeten en dus slapen ze pas heeeel laat vanwege de sugar rush. En uitslapen de volgende dag, ho maar.

En dan komt de Sint in het land. Ook altijd een spannende tijd. Vooral voor Zef blijkt. We moeten stipt om 18.00 uur klaar zitten voor het Sinterklaasjournaal anders is het paniek bij die jongen. En ook al kijken ze de uitzending de volgende dag op school en later nog op de iPad, toch moet het hele gezin op de bank om 18u. Wel heel leuk dat we dat nog hebben, in deze tijden van on demand TV. Zal Zef later met enige nostalgie op terug kijken, hoop ik.

Dan is er de intocht in Amsterdam. Die bleek ook voor zenuwen te zorgen en er was bij Zef stress over waar het beste plekje was om te staan. Met hier en daar een huilbui stonden we uiteindelijk goed en werden er zelfs nog pepernoten gevangen.

En dan s avonds eindelijk: het zetten van de schoen. Appel erbij voor het paard en een bakje water. Eerst kon Zef niet in slaap komen van de zenuwen dus las hij nog wat in bed. En vervolgens werd hij elk uur wakker om te vragen of het al tijd was om op te staan. Om 3 uur s nachts jammerde hij: ‘ Wanneer is het nou eindelijk tijd? Ik ben zo benieuwd!’ Hij werd afgewisseld door zijn zus die ook steeds vroeg of ze er al uit mocht.

Om 6.30 uur was het dan eindelijk zo ver. Ze mochten opstaan en in hun schoen kijken. Ik geloof dat ze blij waren met de buit. Voor ons was het de hoogste tijd voor koffie. En dan moeten we nog een paar weken! Gaap…

Note to self: water geven

Tien jaar geleden zei een coach tegen mij: ‘Je plant wel zaadjes, maar je geeft ze geen water.’ Een opmerking die enorm is blijven hangen en af en toe als een oplichtende reclame slogan door mijn hoofd schiet.Want het is nog steeds op mij van toepassing, vrees ik. Heb ik dan niks geleerd in die tien jaar? Natuurlijk wel. Hoop ik…Maar de  dingen die ik echt graag wil, die stop ik blijkbaar in de aarde en dan wacht ik af. Totdat iemand anders ze water geeft. En dan kun je lang wachten, als u begrijpt wat ik bedoel.

Zo probeer ik al twee jaar mijn kinderboek op papier te krijgen en op de een of andere manier wil dit zaadje maar niet groeien. Maar om het nou met pot en al weg te gooien? Nee, dat vind ik zonde. Dan maar een nieuw zaadje planten? Of een oud verschrompeld plantje verzorgen en kijken of deze wel wil bloeien?

Hoe dan ook. Ik zit even vast wat het schrijven betreft. Vandaar de weinige stukjes hier. Maar ik geef niet op! En beloof mijn plantjes beter te verzorgen! Want in het echte leven heb ik juist groene vingers. Niet gelogen. Niets leuker dan een echt zaadje in de grond te stoppen en het plantje zo te verzorgen dat het mooi groeit en bloeit. Nu dit nog toepassen op mijn andere ambities…

 

Blog etiquette

‘Zoveel te doen. Ik heb nog zoveel te doen’ – dat zinnetje spookt door mijn hoofd. Ik wil steeds wat schrijven hier (al 2 maanden niet gedaan!) maar dan ben ik: te moe, te druk, te ontspannen, te geirriteerd, of is het toch echt te laat of dan weer veel te vroeg, etc. bla bla bla. Allemaal smoesjes natuurlijk. En volgens mij bega ik nu ook een blog faux pas:  namelijk nooit zeggen waarom je niet geschreven hebt! Maar gewoon weer een nieuw stukje schrijven. Dus bij deze dan. En dat ik maar snel weer terug mag komen hier. U ook? Beloof ik dat het de volgende keer wel echt ergens over gaat.

Even nodig

Ik zit alweer drie dagen in het fijne huis van een collega om te schrijven, met uitzicht op weilanden, paarden, schaapjes, en een snelweg. M. bracht me met de auto en dus reden we eerst langs de supermarkt voor proviand. Daarna kwam ik drie dagen niet meer buiten (er was geen reden toe!) – behalve op het balkon. En sprak ik bovendien drie dagen met niemand. Behalve de buurvrouw die 1x aanbelde om zich voor te stellen en de vrouw die kwam collecteren voor het KWF.
Het voelde als een retraite: ik las, ik schreef, ik at, ik dacht na en ik luisterde muziek wanneer IK dat wilde. Ja, dat zijn heel bijzondere dingen als je moeder van twee kinderen bent. Dan is dat allemaal niet meer zo vanzelfsprekend. Vooral alles doen wanneer het mij goed uitkwam en niet omdat het nodig was. Zelfs mijn been en rug werkten mee en deden een stuk minder pijn! Ik kon zowaar zitten (niet te lang…) en ook echt ontspannen.
Over een uur komt M. me met de auto en de kinderen ophalen. Misschien moet ik even een stukje zingen zodat ik mijn stem uit kan proberen? Eens kijken of ie t nog wel doet? Of zou de buurvrouw dan weer aan komen bellen…

Hi ha hernia

Gisteren precies 6 weken geleden schoot het in m’n rug terwijl ik mijn fiets op slot zette voor mijn werk. Een collega kwam aangelopen en terwijl ik haar gedag zei, draaide ik me naar haar toe en – tjak – helse pijnen.

Nu zijn we 6 weken, de zomervakantie van de kinderen, een massage, twee bezoeken aan de huisarts, twee keer naar de fysio, vele vele pijnstillers en een vakantie in Frankrijk (die ook echt wel heel fijn was hoor, maar…) met veel pijn verder en weet ik sinds gisteren: ik heb een hernia. Met een beknelde zenuw in mijn been. Aargh.

Maar toch is het goed om te weten hoe de vork in de steel zit. Of de zenuw in de pijn. Die zit dus verkeerd. Ik kan wel staan en lopen, maar zitten en liggen, mwah. s Ochtends sta ik zo scheef als de toren van Pisa. Dus: diclofenac voor en na, oefeningen hier en daar en een staand bureau op mijn werk (of nou ja, de sta tafel die we meestal met de Kerstborrels gebruiken. Laptop erop: klaar!). En dan hoop ik binnenkort weer wat mobieler te zijn. Ach ja, een hernia. Die had ik nog niet gehad. Kon er ook nog wel bij.

 

Zijn het mijn ogen?

Een jongen van een jaar of 25 loopt kordaat op me af en vraagt waar hij een jeugdboek over toneelspelen kon vinden. ‘Eh, ik werk hier niet’  zeg ik aarzelend. ‘ Oh’ zegt de jongen nu wat verlegen ‘ik zag je met een stapel boeken in je handen lopen, dus ik dacht dat je hier hoorde.’

Zomaar een middag in de bieb, met een stapel jeugdboeken (lectuur voor de vakantie!) in mijn handen en mijn kinderen die ergens in de buurt aan het rond rennen waren. Maar ik denk minstens de twintigste keer, misschien wel de dertigste, in mijn leven dat mensen denken dat ik ergens werk waar ik dus niet blijk te werken. Zelfs in een kledingwinkel in Barcelona werd ik eens aangesproken door een meisje dat meer wilde weten over enkele spijkerbroeken. Terwijl ik een kaart van de stad in mijn hand had!

Ik zie het maar als compliment. Blijkbaar kom ik betrouwbaar en zelfverzekerd over. Of zoiets. Anders weet ik het ook niet.

Aandachtsstrijd

Ik zit weer een paar dagen in het huis van mijn collega om te schrijven. Vooralsnog is het toch niet vliegen van de JSF het grootste nieuws dat tot me gekomen is. Dat hou ik even zo, in tegenstelling tot vorige keer, in november vorig jaar.
Ondertussen strijden twee plannen voor een boek om aandacht in mijn hoofd. Twee totaal verschillende boeken, in alle opzichten. Het is net als met kinderen: ze zijn totaal verschillend maar je allebei even lief. Bovendien wil je niet de ene voor trekken ten koste van de ander. Maar soms vraagt die ene net wat meer aandacht en vraag je je af: is deze aan de beurt of juist die ander? En zo ploeter ik hier voort met mijn schrijven en schaven. En dan heb ik nog eens een uitgever. Dat is het volgende plan.