Het leven van een bakfiets

Een jaar geleden gingen we picknicken op een mooie meidag. Na de picknick, die om de hoek was van ons huis, gooiden we alle spullen in de bakfiets en zette ik ‘m op één slotje vast voor de deur. Ik zou immers later op de avond nog weggaan, dus dat kon wel even. We brachten de kinderen naar bed en toen ik een uurtje nadat we buiten waren geweest weer beneden kwam, was de bakfiets weg. Foetsie. Nergens te vinden. Ik begon aan mezelf te twijfelen. Ik had ‘m toch echt hier neergezet? Of stond de bak nog op het gras waar we hadden gezeten? Gehaast liep ik terug naar de picknickplek. Geen bakfiets te zien. Ik liep rondjes om ons gebouw of ik ‘m ergens zag staan? Hoe kon dit grote logge ding weg zijn? Op klaarlichte dag, binnen een klein uurtje?

We deden aangifte bij de politie, hingen briefjes op in de buurt, hielden Marktplaats in de gaten, fietsten zelf rond om te kijken of we ‘m zagen en vroegen aan buren en de mensen van de snackbar om de hoek of ze iets hadden gezien, maar niemand wist ons meer te vertellen. Onze ouwe trouwe bakfiets, waar we vier jaar lang met zoveel plezier op hadden rond gereden was echt weg. Ik kon het niet geloven. De kinderen waren heel verdrietig en wij boos. We hadden altijd braaf de verzekering betaald, maar kregen niks uitgekeerd omdat we het andere setje sleutels niet konden vinden.

En zo ging er een jaar voorbij. We besloten toch niet een tweedehands bakfiets te kopen want de kinderen waren er aan toe om meer zelf te gaan fietsen en zo tikten we allen tweedehands ‘gewone’ fietsen op de kop. Af en toe vroegen de kinderen: ‘Komt de bakfiets nooit meer terug?’ ‘Dat denk ik niet’ zeiden we dan weemoedig. Soms vroeg iemand ernaar: ‘Jullie hadden toch een bakfiets?’ Dan zei ik ‘Don’t mention the war.’ (uit Fawlty Towers – voor degenen die dat niet weten :-)).

Totdat we twee dagen geleden een brief in de bus kregen van de gemeente. Dat onze bakfiets was gevonden en dat we ‘m op konden halen bij het fietsendepot! M. belde om zeker te weten of het de onze was. Of er een foto gestuurd kon worden. En ja hoor: daar op de foto stond onze eigen oude bakkie. Enigszins toegetakeld, maar het was ‘m toch echt. En dus toog M. naar het depot om ‘m op te halen en stond onze ouwe trouwe bakfiets opeens weer daar!

Een flinke tijd heeft de fiets op een plein in de buurt gestaan, wist de mevrouw bij het depot te vertellen. Een plein niet eens zo heel ver van ons huis vandaan. Een duif schijnt een tijdje in de bak gewoond te hebben, zo te zien aan de poep en veren en takjes. Omdat de bakfiets er maar stond en er duidelijk weinig mee gebeurde, heeft de gemeente er op een gegeven moment een sticker op geplakt. Daarna is de bak afgevoerd naar het depot, heeft daar nog een tijdje gestaan en daarna kwam iemand op het idee om het serienummer eens in de computer te gooien: bingo! De aangifte kwam tevoorschijn, de brief werd gestuurd and the rest is history.

Het gekke is dat ik er in het afgelopen jaar nooit echt overheen was gekomen. Ik was echt nog steeds verdrietig over het feit dat iemand onze mooie, trouwe bak op klaarlichte dag voor de deur mee had durven nemen. ‘Waarom doen mensen dat?’ vroeg zoon Z. dan ook boos vlak nadat het gebeurd was. ‘Omdat ze zich vervelen en niet weten hoe sip wij hiervan worden’ antwoordde ik dan.

En nu, en nu: nu is bakkie weer bij ons komen wonen! Na al die tijd het huis uit. We zijn zo blij! Soms komt het toch nog goed. Nu moeten we er wel voor zorgen dat die kinderen zelf blijven fietsen de komende tijd. Hoe dan ook: welkom terug bakkie, we hebben je gemist.

bakfiets

Advertenties