Bettie en The Beavers

We waren 16 en hadden een bandje dat slechts twee keer per jaar bij elkaar kwam: op Koninginnedag en 5 mei. We repeteerden bij de drummer thuis en op Koninginnedag stonden we op de brug voor het huis van de drummer. Onze versterkers mochten we bij de coffeeshop die op de begane grond zat, inpluggen. Ik speelde gitaar en had lang krullend haar dat voor mijn ogen hing, terwijl ik verlegen naar de grond keek. Men noemde mij ook wel Slash. Dat vond ik niet zo leuk, als meisje zijnde, maar ergens ook wel weer een compliment. We hadden elk jaar wel weer een nieuwe naam voor onze band en dit jaar was de keus gevallen op The Unbearable Bouncing Beavers. Er zat een klein beertje in de base drum ter illustratie.

Op die 5e mei speelden we ergens in de buurt van het Vondelpark. Mensen slenterden verveeld langs, toen er opeens een man met lang zwart haar en een baard bleef staan en instemmend knikte terwijl we onze covers erdoorheen ragden. Na een paar nummers sprak hij ons aan. Hij vond ons leuk en de bandnaam ook, mede omdat hij bevers op zijn t-shirt had staan. Hij speelde ook in een bandje. Als bassist. Misschien kenden we ze wel? Ze werden namelijk steeds vaker op de radio gedraaid. Bettie Serveert was hun naam. En hij vroeg ons of we een keer in hun voorprogramma wilden spelen. We kenden de band niet, maar vonden het een goed plan. Hij gaf ons zijn telefoonnummer.

En zo gebeurde het dat we enkele weken later in de bandbus van Bettie Serveert zaten, op weg naar Arnhem om daar in de Willemeen te gaan spelen. We hadden geen enkel eigen liedje, dus schreven we onderweg nog snel een nummer dat uit twee akkoorden bestond. Want het moest wel makkelijk te onthouden zijn.

Na een bak bami en biertjes in de kleedkamer samen met de Betties, betraden we later die avond, stijf van de zenuwen, het podium en al na het eerste nummer begon de zaal te joelen. Dit was niet waar ze voor gekomen waren. ‘Wat een kutmuziek!” schreeuwde iemand uit het publiek. Ik keek nog meer dan anders naar de grond terwijl ik speelde en was blij toen het eindelijk afgelopen was. De Betties staken ons een hart onder de riem en zeiden dat het hartstikke goed was gegaan. Met een biertje in ons hand, keken we vervolgens vol ontzag naar het optreden van Bettie Serveert. We voelden ons heel stoer en heel erg rock ’n roll. We werden die nacht keurig met de bandbus weer thuis gebracht door de lieve leden van Bettie.

Afgelopen zaterdag stond ik in Paradiso bij het 20-jarig verjaardagsfeestje van Bettie Serveert, waar ze integraal hun eerste album Palomine speelden. Het voorprogramma hadden we gemist maar het bleken hele jonge jongens te zijn geweest. Zo rond de 15, 16 jaar oud.

Advertenties

Nacht van de Glamrock

Voor mijn verjaardag, ongeveer een maand geleden, kreeg ik van enkele vrienden kaartjes voor de NACHT VAN DE GLAMROCK in Paradiso, voor mij en M. Ik was hier erg blij mee, vooral omdat ik weet dat deze vrienden zelf niet enorme glamrock-liefhebbers zijn over het algemeen, maar dus wel hadden bedacht dat ik het zou waarderen.

Zelf ben ik te jong om de Glamrock periode te hebben meegemaakt maar het is muziek die mij altijd heeft aangesproken. De combinatie van mooie en lekkere muziek met veel glitter en glamour raakt iets in mij, wat mij zowel blij als melancholisch maakt. Lekker rocken met een knipoog, uitbundig (ver)kleden, veel make-up, hoge gillende noten, snoeiende gitaren. Dat zijn nou nog eens dingen waar je me wakker voor kunt maken. Dat begrepen mijn vrienden maar al te goed.

Zodoende ruilde ik mijn dienst, haalde mijn plateauzolen uit het vet en verheugde me op dinsdag de 24e. Maar toen gebeurde zaterdag het ongeluk. En kon lieve M. begrijpelijkerwijs niet mee.

Eerst wilde ik niet gaan. Maar bedacht me vervolgens dat afleiding ook belangrijk is, juist nu. Dus vroeg ik vriendin E. mee (die het cadeau o.a. gegeven had) en togen we naar Paradiso.

Wat als eerste opviel, was dat wij een stuk jonger waren dan de rest van het publiek. De gemiddelde leeftijd lag echt tussen de 45 en 50 jaar. Met onze 30-something waren wij de jonge blommen van het bal. Verder veel nette heren en nette dames die naarmate de avond vorderde steeds meer uit hun dak gingen. Paradiso zat op deze dinsdagavond bomvol en vanaf het allereerste begin zat de sfeer er goed in. Iedereen zong met elk nummer uit volle borst mee, danste, sjanste (we hadden flink wat bekijks van de nette heren) en was opvallend aardig.

De band speelde strak en de diverse Nederlandse artiesten die de nummers zongen, waren ontzettend goed op dreef en genoten van het enthousiaste publiek. Enkele hoogtepunten van de avond: Loes Luca die “Can The Can” van Suzi Quatro zong, misschien zelfs beter dan Suzi zelf (zoals Rick de Leeuw, die de presentatie deed, zei) en later “Crodocile Rock” met een Elton John-bril op; Jim de Groot met zijn vertolking van “Walk On The Wilde Side” waarbij hij een dansje deed met enkele mensen uit het publiek, Tjeerd Bomhof (van Voicst) die met zijn arm in een mitella (hij schijnt zijn elleboog gebroken te hebben- de hele zaal zei “Aaaah” toen hij op kwam) over het podium zwierde en als jongste van het stel de zaal totaal op z’n kop zette.

E. en ik hadden een erg leuke avond en hopen dat als wij in de 40 of 50 zijn, we ook nog steeds zo uit ons dak kunnen gaan als het aanwezige publiek. Ik werd er blij van, en dat kon ik wel even gebruiken. ‘Cause I love rock ’n roll, put another dime in the jukebox baby!