Regen, schrijven en (on)zin

Net op het moment dat ik vertrok barstte de regen los en begon het ook te onweren. Ik besloot dat terugkeren geen zin had en fietste, hardop vloekend, door de stromende regen naar de pont.
Het was weer tijd voor een schrijfweekend. Ditmaal op de woonboot van een collega die voor langere tijd op reis was. Druipend van de regen kwam ik op de woonboot aan met mijn weekend- en boodschappentas. Bij het uitpakken kwam ik er echter achter dat ik de melk voor mijn koffie in de ochtend vergeten was. Dus moest ik weer door de regen naar het dichtstbijzijnde winkelcentrum. Ik fietste natuurlijk eerst verkeerd en kwam weer in de stromende regen in een uitgestorven woonwijk terecht. Je moet er wat voor over hebben, zo’n schrijfretraite.
Toen ik het winkelcentrum eenmaal had gevonden, zag ik Peter Buwalda samen met een jonge vrouw – beiden zonder capuchon en drijfnat – met een boodschappentas door de regen lopen. Woonde hij hier in de buurt? Of was hij net als ik op bezoek en verdwaald?
De rest van het weekend bleef ik binnen en probeerde te schrijven of te lezen of keek een film. En dacht soms aan Peter Buwalda, daar lopend in de regen. Dat ik nog nooit een boek van hem heb gelezen. En of iemand Ć¼berhaupt zit te wachten op wat ik op papier aan het zetten ben. En of het zin heeft om daar over na te denken. Ja, druk hoor, zo’n weekend voor jezelf.
Het is weer droog, zie ik nu door het raam van de woonboot. Tijd om weer naar huis te gaan. Ik ben benieuwd wie ik nu tegen ga komen.

Advertenties